Naar hoofdinhoud
1. Op verzoek van de verzoekende staat die partij is en onverminderd de rechten van derden te goeder trouw, kan de aangezochte staat die partij is, voor zover toegestaan door zijn nationale recht, in beslag genomen of geconfisqueerde goederen die zijn verkregen door een misdrijf waarop de betrokken staten die partij zijn dit Verdrag toepassen ter beschikking van de verzoekende staat die partij is stellen. De verzoekende staat die partij is kan besluiten de goederen aan de rechtmatige eigenaars terug te geven. 2. Bij het overdragen van voorwerpen, documenten, dossiers of bewijsmateriaal, kan de aangezochte staat die partij is afstand doen van de teruggave daarvan, hetzij voor, hetzij na de overdracht door de verzoekende staat die partij is, indien de teruggave van deze voorwerpen, documenten, dossiers of dit bewijsmateriaal aan de rechtmatige eigenaar daardoor kan worden bevorderd.

Rechtspraak bij dit artikel