Behoudens het bepaalde in artikel 52, eerste lid, onderdeel b, zal de verzoekende staat die partij is, zonder toestemming van de aangezochte staat die partij is, een persoon die aan de verzoekende staat die partij is, is uitgeleverd en door die andere staat die partij is of een derde staat wordt gezocht met betrekking tot misdrijven begaan vóór de uitlevering van die persoon, niet uitleveren aan die andere staat die partij is of aan die derde staat,. De aangezochte staat die partij is kan verzoeken om overlegging van de in artikel 56, tweede lid, bedoelde documenten.
DEEL IV
Artikel 53
Verderlevering aan een derde staat
Onderdeel van Verdrag van Ljubljana-Den Haag inzake internationale samenwerking bij de opsporing en vervolging van genocide, misdrijven tegen de menselijkheid, oorlogsmisdrijven en andere internationale misdrijven· Strafrecht