Naar hoofdinhoud
1. Uitlevering kan worden geweigerd op grond van nationaliteit. Wanneer het uitleveringsverzoek op deze grond wordt afgewezen is artikel 14 van toepassing. 2. Wanneer het een staat die partij is op grond van zijn nationale wetgeving alleen is toegestaan een onderdaan uit te leveren of op andere wijze over te geven op voorwaarde dat deze wordt teruggezonden naar die staat die partij is om de straf te ondergaan die is opgelegd als gevolg van het proces of de procedure waarvoor de uitlevering of overgave van de persoon werd verzocht, en de staat die partij is hiermee instemt alsook met andere voorwaarden die de betrokken staten die partij zijn gepast achten, is een dergelijke voorwaardelijke uitlevering of overgave voldoende om te voldoen aan de in artikel 14 omschreven verplichting. 3. Indien uitlevering, verzocht met het oog op de tenuitvoerlegging van een straf, wordt geweigerd omdat de opgeëiste persoon onderdaan is van de aangezochte staat die partij is, voert de aangezochte staat die partij is, op verzoek van de verzoekende staat die partij is, de krachtens het nationale recht van de verzoekende staat die partij is opgelegde straf of de rest daarvan uit overeenkomstig de artikelen 75 tot en met 79.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel