**1.** Op verzoek van de veroordelende staat die partij is kan de tenuitvoerleggende staat die partij is, met inachtneming van de bepalingen van dit artikel, ermee instemmen een gevonniste persoon zonder de instemming van die persoon over te brengen, wanneer de tegen hem uitgesproken veroordeling, of een daaruit voortvloeiende administratieve beslissing, een bevel tot uitzetting of uitwijzing inhoudt of enige andere maatregel krachtens welke het aan die persoon na zijn invrijheidsstelling niet langer is toegestaan op het grondgebied van de veroordelende staat die partij is te verblijven.
**2.** De tenuitvoerleggende staat die partij is stemt niet in met de overbrenging voor de toepassing van het eerste lid voordat hij de mening van de gevonniste persoon in zijn overwegingen heeft betrokken.
**3.** Voor de toepassing van dit artikel verstrekt de veroordelende staat die partij is aan de tenuitvoerleggende staat die partij is:
een verklaring waarin de mening van de gevonniste persoon over de beoogde overbrenging is weergegeven;
een afschrift van het bevel tot uitzetting of uitwijzing of enig ander bevel ten gevolge waarvan het aan gevonniste persoon na zijn invrijheidsstelling niet langer is toegestaan op het grondgebied van de veroordelende staat die partij is te verblijven.
**4.** Een krachtens de bepalingen van dit artikel overgebrachte persoon wordt noch vervolgd, noch veroordeeld, noch in hechtenis gesteld met het oog op de tenuitvoerlegging van een veroordeling of een bevel tot aanhouding noch aan enige andere beperking van zijn vrijheid onderworpen voor enig ander voor de overbrenging gepleegd misdrijf dan dat waarvoor de ten uitvoer te leggen veroordeling werd uitgesproken, behalve in de volgende gevallen:
Wanneer de veroordelende staat die partij is hierin toestemt:
dient een verzoek om toestemming te worden overgelegd, vergezeld van alle relevante documenten en een rechterlijk proces-verbaal van de door de gevonniste persoon afgelegde verklaringen;
wordt de toestemming gegeven indien het misdrijf waarvoor deze wordt gevraagd op zichzelf een grond voor uitlevering zou zijn krachtens de wetgeving van de veroordelende staat die partij is of wanneer uitlevering uitsluitend vanwege de duur van de straf zou worden uitgesloten;
Wanneer de gevonniste persoon, hoewel daartoe de mogelijkheid bestond, niet binnen de 45 dagen die op de definitieve invrijheidsstelling volgden, het grondgebied van de tenuitvoerleggende staat die partij is heeft verlaten of indien de persoon na dit gebied te hebben verlaten daarin is teruggekeerd.
**5.** Niettegenstaande de bepalingen van het vierde lid kan de tenuitvoerleggende staat die partij is alle maatregelen nemen die nodig zijn krachtens zijn nationale recht om de verjaring te stuiten, met inbegrip van verstekprocedures.
**6.** Niets in dit artikel verplicht een staat die partij is de tenuitvoerlegging van veroordelingen over te nemen onder de voorwaarden die in dit artikel beschreven zijn.
DEEL V
Artikel 72
Gevonniste personen voor wie een bevel tot uitzetting of uitwijzing geldt
Onderdeel van Verdrag van Ljubljana-Den Haag inzake internationale samenwerking bij de opsporing en vervolging van genocide, misdrijven tegen de menselijkheid, oorlogsmisdrijven en andere internationale misdrijven· Strafrecht