**1.** Elke staat kan op het tijdstip van ondertekening verklaren dat hij dit Verdrag of een deel daarvan voorlopig zal toepassen, in afwachting van de inwerkingtreding van dit Verdrag voor die staat.
**2.** Verzoeken om samenwerking van staten die dit Verdrag voorlopig toepassen kunnen worden geweigerd door staten die partij zijn die geen verklaring ingevolge het eerste lid hebben afgelegd alvorens een staat die partij is bij dit Verdrag te zijn geworden.
**3.** Elke ondertekenende staat kan de voorlopige toepassing van dit Verdrag beëindigen door middel van een schriftelijke kennisgeving aan de depositaris. De beëindiging van de voorlopige toepassing van dit Verdrag wordt van kracht op de eerste dag van de maand volgende op de datum van ontvangst van de kennisgeving door de depositaris. De beëindiging doet geen afbreuk aan de verplichtingen van die staat uit hoofde van dit Verdrag met betrekking tot verzoeken uit hoofde van dit Verdrag die zijn gedaan vóór de beëindiging van de voorlopige toepassing.
DEEL VIII
Artikel 91
Voorlopige toepassing
Onderdeel van Verdrag van Ljubljana-Den Haag inzake internationale samenwerking bij de opsporing en vervolging van genocide, misdrijven tegen de menselijkheid, oorlogsmisdrijven en andere internationale misdrijven· Strafrecht