**1.** In geval van vervoer en begeleiding zoals bedoeld in artikel 2, vraagt de bevoegde autoriteit van de staat van oorsprong door middel van het formulier in bijlage A het voorgenomen vervoer en begeleiding bij de staat van bestemming aan. Deze aanvraag geschiedt in beginsel uiterlijk 48 uur voor het voorgenomen vervoer en de bevoegde autoriteit van de staat van bestemming geeft onverwijld en in ieder geval binnen 24 uur hierop haar toestemming. Indien de bevoegde autoriteit van de staat van bestemming de toestemming niet verleent, voert de bevoegde dienst van de staat van bestemming het vervoer en de begeleiding zelf uit vanaf de staat van oorsprong, tenzij zij gegronde redenen heeft om anders te besluiten.
**2.** De bevoegde dienst van de zendstaat, verantwoordelijk voor de begeleiding, brengt onverwijld en in beginsel uiterlijk 24 uur voor het voorgenomen vervoer de bevoegde dienst van de gaststaat, verantwoordelijk voor de ondersteuning, op de hoogte van bovengenoemde toestemming. Zij gebruikt daarvoor het formulier in bijlage B. In dit formulier vermeldt de bevoegde dienst van de zendstaat, verantwoordelijk voor de begeleiding, de modaliteiten van het gewenste vervoer, inclusief het voorgenomen tijdstip van de overdracht en met inbegrip van de eventuele aanwezigheid van een verhoogd risico zoals bepaald in artikel 6. De bevoegde dienst van de gaststaat, verantwoordelijk voor de ondersteuning, zendt onverwijld haar antwoord, met inbegrip van de voorgenomen plaats van overdracht.
**3.** In beginsel voeren de bevoegde diensten van de staat van oorsprong het vervoer uit. Wensen de bevoegde diensten van de staat van bestemming echter zelf het vervoer uit te voeren, dan nemen zij daartoe contact op met de bevoegde diensten van de staat van oorsprong. Desgevallend wordt de procedure bedoeld in het tweede lid opnieuw gevolgd.
**4.** Ingeval er tussen de bevoegde diensten geen overeenstemming is omtrent de uitvoeringsmodaliteiten van het vervoer of het tijdstip en de plaats van de overdracht, treden de genoemde bevoegde diensten onverwijld met elkaar in contact teneinde een voorspoedig verloop van het vervoer te verzekeren. Indien problemen een uitstel van het vervoer vergen, nemen de bevoegde diensten contact op met de bevoegde autoriteiten, om gezamenlijk tot een oplossing te komen. Indien er tot een oplossing wordt gekomen, volgen de bevoegde diensten de procedure bedoeld in het tweede lid.
**5.** Bij de uitvoering van het vervoer is elk betrokken voertuig van de zendstaat voorzien van kopieën van beide in de bijlage opgenomen formulieren A en B, alsook van de respectievelijke toestemmingen in antwoord daarop.
**6.** In beginsel vinden overdrachten van onderdanen van derde landen in het kader van de uitvoering van de Dublinverordening n° 604/2013 en overdrachten van vreemdelingen op basis van Beschikking M/P (67) 1 van de Ministeriele Werkgroep voor het Personenverkeer van de Benelux Economische Unie betreffende de verwijdering en de overname van personen, plaats op een overheidslocatie binnen een gebied van 20 kilometer van de landsgrens van de gaststaat. De locatie van overdracht wordt bepaald na afstemming tussen de betrokken Benelux-landen, waarbij de definitieve vaststelling voor het aanwijzen van een locatie ligt bij de bevoegde autoriteit van de gaststaat. In voorkomende gevallen kan besloten worden tot overdracht op een andere locatie, waarbij de definitieve vaststelling voor het aanwijzen van een locatie ligt bij de bevoegde diensten van de gaststaat.
Artikel 4
Procedure voor onderdanen van derde landen
Onderdeel van Uitvoeringsovereenkomst betreffende de samenwerking, begeleiding en ondersteuning in het kader van de opdrachten in toepassing van de vreemdelingenwetgevingen op het grondgebied van de Benelux-landen· Strafrecht
Deze tekst geldt sinds 1 oktober 2023