Naar hoofdinhoud
1. Overeenkomstig de op hun van toepassing zijnde bepalingen, worden onderdanen van een Benelux-land enkel teruggebracht naar het land waarvan zij de nationaliteit bezitten indien een krachtens die bepalingen toegelaten reden een dergelijke verwijdering verantwoordt en er een overeenkomstig die bepalingen uitvoerbare terugkeerbeslissing ten aanzien van deze onderdanen bestaat. 2. De staat van bestemming wordt door de daartoe bevoegde dienst van de staat van oorsprong op de hoogte gesteld van de persoonsgegevens van de betrokken onderdaan van een Benelux-land en van de datum en de plaats van de voorgenomen verwijdering. Deze mededeling geschiedt in beginsel uiterlijk 48 uur voor de voorgenomen verwijdering en de staat van oorsprong gebruikt daarvoor het formulier in bijlage B. In dit formulier vermeldt de bevoegde dienst van de staat van oorsprong, verantwoordelijk voor de begeleiding, de modaliteiten van het gewenste vervoer, inclusief het voorgenomen tijdstip van de verwijdering en de eventuele mogelijkheid van een verhoogd risico zoals voorgeschreven in artikel 6. 3. De bevoegde dienst van de staat van bestemming kan aan de bevoegde dienst van de staat van oorsprong laten weten dat zij een gecontroleerde overdracht van de te verwijderen persoon wenst, via het formulier in bijlage B. Indien de bevoegde dienst van de staat van bestemming dit niet aangeeft, mag de staat van oorsprong er voor de uitvoering van deze verwijdering van uitgaan dat deze persoon zich vrij op het grondgebied van de staat van bestemming mag bewegen. 4. In beginsel voeren de bevoegde diensten van de staat van oorsprong het vervoer met het oog op de voorgenomen verwijdering zelf uit. Ingeval de eerste volzin van lid 3 van dit artikel van toepassing is, nemen de bevoegde diensten van de staat van bestemming daartoe contact op met de bevoegde diensten van de staat van oorsprong. Desgevallend wordt de procedure bedoeld in het tweede lid opnieuw gevolgd. 5. Ingeval de bevoegde dienst van de staat van bestemming overeenkomstig het derde lid van dit artikel aan de bevoegde dienst van de staat van oorsprong meedeelt dat hij een gecontroleerde overdracht wenst, wordt gehandeld overeenkomstig de volgende procedure: De onderdaan van een Benelux-land wordt door de bevoegde dienst van de staat van oorsprong naar de daartoe vastgelegde overdrachtsplaats, zoals bepaald in het formulier in bijlage B, gebracht, waar de bevoegde diensten van de staat van bestemming deze persoon overnemen. Bij de uitvoering van het vervoer is elk voertuig van de staat van oorsprong voorzien van kopieën van de vervoeropdracht, het formulier in bijlage B en de verwijderingsbeslissing ten aanzien van de onderdaan van een Benelux-land. Indien de staat van bestemming geen toestemming geeft om de onderdaan van de staat van bestemming over haar grondgebied naar deze overdrachtsplaats te brengen, neemt de bevoegde dienst van de staat van bestemming de betrokkene over op een daartoe met de staat van oorsprong afgesproken plaats op het grondgebied van de staat van oorsprong. 6. Indien geen gecontroleerde overdracht als bedoeld in het derde lid plaatsvindt, geldt het volgende: De betrokken onderdaan van een Benelux-land kan schriftelijk toestemming geven dat de staat van oorsprong hem naar een schriftelijk aangewezen plaats op het grondgebied van de staat van bestemming vervoert. Deze toestemming houdt in dat hij door de bevoegde dienst van de staat van oorsprong op het grondgebied van de staat van bestemming wordt vervoerd naar de dichtstbijzijnde dorpskern of halte van openbaar vervoer, van waaruit hij dan zelfstandig zijn weg kan verder zetten. Indien de onderdaan van een Benelux-land de onder a) genoemde toestemming niet geeft, wordt hij door de bevoegde dienst van de staat van oorsprong tot aan de grens tussen de staat van oorsprong en de staat van bestemming gebracht, waarna hij de grens dient over te steken en zelfstandig zijn weg dient te vervolgen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel