**1.** In het geval van Bangladesh wordt dubbele belasting als volgt vermeden:
Indien een inwoner van Bangladesh inkomen verwerft, dat in overeenstemming met de bepalingen van dit Verdrag in Nederland mag worden belast, verleent Bangladesh een aftrek op de belasting over het inkomen van die inwoner tot een bedrag gelijk aan de inkomstenbelasting betaald in Nederland. Deze aftrek bedraagt echter niet meer dan het gedeelte van de belasting naar het inkomen, zoals berekend voordat de aftrek is verleend, dat naar gelang het geval is toe te rekenen aan het inkomen dat in Nederland mag worden belast.
Wanneer een inwoner van Bangladesh inkomen verkrijgt dat overeenkomstig een bepaling van het Verdrag in Bangladesh van belasting is vrijgesteld, mag Bangladesh evenwel het vrijgestelde inkomen in aanmerking nemen om het bedrag aan belasting op het overige inkomen van die inwoner te berekenen.
**2.** In het geval van Nederland wordt dubbele belasting als volgt vermeden:
Nederland is bevoegd in de grondslag waarnaar belasting wordt geheven van zijn inwoners de inkomensbestanddelen te begrijpen die overeenkomstig de bepalingen van dit Verdrag in Bangladesh mogen worden belast. In deze gevallen verleent Nederland evenwel een vermindering van of een aftrek op de Nederlandse belasting volgens het bepaalde in het tweede lid, onderdelen b, c, d, e en f.
Indien een inwoner van Nederland inkomensbestanddelen verkrijgt die volgens artikel 6, eerste, derde en vierde lid, artikel 7, eerste lid, artikel 10, zevende lid, artikel 11, zesde lid, artikel 12, vijfde lid, artikel 13, vierde lid, artikel 14, eerste en tweede lid, artikel 15, eerste lid, artikel 16, eerste lid, artikel 19, eerste en tweede lid, artikel 20, eerste lid en artikel 23, tweede lid, van dit Verdrag in Bangladesh mogen worden belast en die in de in onderdeel a bedoelde grondslag zijn begrepen, stelt Nederland deze inkomensbestanddelen vrij door een vermindering van zijn belasting toe te staan. Deze vermindering wordt berekend overeenkomstig de bepalingen in de Nederlandse wetgeving tot het vermijden van dubbele belasting. Daartoe worden de genoemde inkomensbestanddelen geacht te zijn begrepen in het bedrag van de inkomensbestanddelen die ingevolge die bepalingen van Nederlandse belasting zijn vrijgesteld.
De bepalingen van onderdeel b zijn niet van toepassing op inkomensbestanddelen verkregen door een inwoner van Nederland wanneer Bangladesh de bepalingen van dit Verdrag toepast om deze inkomensbestanddelen vrij te stellen van belasting of de bepalingen van artikel 10, tweede lid, artikel 11, tweede lid, of artikel 12, tweede lid, van dit Verdrag op deze inkomensbestanddelen toepast. In dat geval zijn de bepalingen van onderdeel d van overeenkomstige toepassing.
Niettegenstaande de bepalingen van onderdeel b, verleent Nederland een aftrek op de Nederlandse belasting voor de in Bangladesh betaalde belasting op inkomensbestanddelen die volgens artikel 7, eerste lid, artikel 10, zevende lid, artikel 11, zesde lid, artikel 12, vijfde lid, artikel 13, vierde lid, en artikel 23, tweede lid, van dit Verdrag in Bangladesh mogen worden belast, voor zover deze bestanddelen in onderdeel a bedoelde grondslag zijn begrepen, voor zover Nederland uit hoofde van de bepalingen in de Nederlandse wetgeving tot het vermijden van dubbele belasting een vermindering verleent van de Nederlandse belasting voor de in een ander land over die inkomensbestanddelen geheven belasting. Voor de berekening van deze vermindering zijn de bepalingen van onderdeel e van overeenkomstige toepassing.
Indien een inwoner van Nederland inkomensbestanddelen verkrijgt die volgens artikel 8, tweede lid, artikel 10, tweede lid, artikel 11, tweede lid, artikel 12, tweede lid, artikel 13, tweede lid, artikel 14, vierde en zesde lid, artikel 17, eerste lid, artikel 18, eerste en tweede lid, artikel 19, vijfde lid en artikel 23, derde lid, in Bangladesh mogen worden belast, verleent Nederland een aftrek op zijn belasting voor zover deze bestanddelen in onderdeel a bedoelde grondslag zijn begrepen. Het bedrag van deze aftrek is gelijk aan de in Bangladesh over deze inkomensbestanddelen betaalde belasting, maar bedraagt, indien de bepalingen in de Nederlandse wetgeving tot het vermijden van dubbele belasting daarin voorzien, niet meer dan het bedrag van de aftrek die zou zijn verleend indien de aldus in het inkomen begrepen inkomensbestanddelen de enige bestanddelen zouden zijn geweest waarvoor Nederland een aftrek verleent uit hoofde van de bepalingen in de Nederlandse wetgeving tot het vermijden van dubbele belasting.
De bepalingen van onderdeel e beperken een tegemoetkoming nu of in de toekomst verleend uit hoofde van de bepalingen in de Nederlandse wetgeving tot het vermijden van dubbele belasting niet, echter uitsluitend voor zover het de berekening van het bedrag van de vermindering van de Nederlandse belasting betreft met betrekking tot de som van het inkomen afkomstig uit meer dan een rechtsgebied en de voortwenteling van de belasting betaald in Bangladesh op genoemde inkomensbestanddelen naar de volgende jaren.
HOOFDSTUK IV
Artikel 24
Methoden voor het vermijden van dubbele belasting
Onderdeel van Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Volksrepubliek Bangladesh tot het vermijden van dubbele belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen en het voorkomen van het ontduiken en ontwijken van belasting· Belastingrecht
Verwijzingen
- artikel 23
- artikel 23
- artikel 12
- artikel 18
- artikel 8
- artikel 13
- artikel 10
- artikel 11
- artikel 17
- artikel 16
- artikel 23
- artikel 12
- artikel 11
- artikel 6
- artikel 13
- artikel 11
- artikel 10
- artikel 19
- artikel 14
- artikel 13
- artikel 20
- artikel 10
- artikel 12
- artikel 15
- artikel 12
- artikel 14
- artikel 11
- artikel 7
- artikel 10
- artikel 19
- artikel 7