Naar hoofdinhoud
1. De Partijen bevestigen opnieuw dat zij het recht hebben illegaal verblijvende migranten terug te sturen en herbevestigen de wettelijke verplichting van elke lidstaat van de Europese Unie en elk OACPS-lid om hun eigen onderdanen die illegaal verblijven op, respectievelijk, het grondgebied van de OACPS-leden of het grondgebied van de lidstaten van de Europese Unie, over te nemen, zonder voorwaarden en zonder andere formaliteiten dan de in lid 3 bedoelde verificatie. Daartoe werken de Partijen samen op het gebied van terugkeer en overname en zorgen zij ervoor dat de rechten en de waardigheid van het individu ten volle worden beschermd en geëerbiedigd, onder meer in het kader van procedures voor terugkeer van illegaal verblijvende migranten naar hun land van herkomst. 2. Elke lidstaat van de Europese Unie aanvaardt de terugkeer en overname van zijn onderdanen die illegaal op het grondgebied van een OACPS-lid verblijven, op verzoek van die staat, zonder verdere formaliteiten dan de in lid 3 bedoelde verificatie voor personen die niet in het bezit zijn van een geldig reisdocument. Elk OACPS-lid aanvaardt de terugkeer en overname van zijn onderdanen die illegaal op het grondgebied van een lidstaat van de Europese Unie verblijven, op verzoek van die lidstaat, zonder verdere formaliteiten dan de in lid 3 bedoelde verificatie voor personen die niet in het bezit zijn van een geldig reisdocument. Wat de lidstaten van de Europese Unie betreft, zijn de in dit lid vastgestelde verplichtingen uitsluitend van toepassing op personen die de nationaliteit van een lidstaat van de Europese Unie bezitten. Wat de OACPS-leden betreft, zijn de in dit lid vastgestelde verplichtingen uitsluitend van toepassing op personen die overeenkomstig het rechtsstelsel van het betrokken land geacht worden hun onderdanen te zijn. 3. De lidstaten van de Europese Unie en de OACPS-leden reageren snel op elkaars overnameverzoeken. Zij voeren verificatieprocedures uit aan de hand van de meest geschikte en meest efficiënte identificatieprocedures, teneinde de nationaliteit van de betrokken persoon vast te stellen en passende reisdocumenten voor terugkeerdoeleinden af te geven, zoals uiteengezet in bijlage I. Niets in die bijlage belet de terugkeer van een persoon op basis van andere formele of informele regelingen tussen de staat waaraan een overnameverzoek wordt gericht en de staat die een overnameverzoek indient. 4. Onverminderd de in artikel 101, lid 5, vastgestelde procedures stelt een Partij, indien zij van oordeel is dat een andere Partij de in bijlage I vermelde termijn overeenkomstig bijlage 9, hoofdstuk 5, norm 5.26, van het Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart niet in acht neemt, de andere Partij daarvan in kennis. Indien die andere Partij nog steeds niet aan die verplichtingen voldoet, kan de kennisgevende Partij vanaf dertig dagen na de kennisgeving evenredige maatregelen nemen. 5. De Partijen komen overeen toezicht te houden op de uitvoering van deze verplichtingen in het kader van de regelmatige partnerschapsdialoog tussen de Partijen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel