Naar hoofdinhoud
1. De samenwerking op basis van artikel 13 van het Politieverdrag kan niet gebruikt worden met het oog op de uitvoering van observaties die aan bijzondere wettelijke voorwaarden onderworpen zijn in de regelgeving van de Partijen. Dientengevolge dient er steeds een fysieke tussenkomst van de ontvangende bevoegde dienst te worden gevraagd als opvolgingshandeling. 2. Indien men gebruik wenst te maken van ANPR-camera’s teneinde een grensoverschrijdende observatie uit te voeren, dient dit te gebeuren overeenkomstig de voorwaarden en procedures voorzien in artikel 22 van het Politieverdrag, met inachtneming van het nationale recht van de gaststaat.

Rechtspraak bij dit artikel