Naar hoofdinhoud
1. De verstrekkende en ontvangende bevoegde diensten bepalen vooraf in onderling overleg en rekening houdend met het principe van proportionaliteit in welk geografisch gebied de verstrekte referentiegegevens zullen worden ingezet. Dit kan zowel het volledige grondgebied van de ontvangende Partij zoals bepaald in artikel 67 van het Politieverdrag betreffen (nationaal gebruik) als een gedeelte daarvan (lokaal gebruik). 2. De bevoegde diensten van het Koninkrijk der Nederlanden geven, rekening houdend met het principe van proportionaliteit, voor de referentiegegevens die zij aan de bevoegde diensten van het Koninkrijk België verstrekken aan binnen welk tijdsbestek en hoe vaak de gevraagde opvolgingshandeling of -handelingen moeten worden uitgevoerd, zodat de ontvangende bevoegde diensten van het Koninkrijk België deze criteria kunnen integreren in de technische systemen die zij gebruiken voor de inzet van ANPR-camera’s, conform de vigerende Belgische regelgeving.

Rechtspraak bij dit artikel