**1.** Om te bepalen welke referentiegegevens de bevoegde diensten van de Partijen aan elkaar verstrekken op basis van artikel 13 van het Politieverdrag, is het leidende principe steeds dat er een opvolgingshandeling wordt gevraagd die kan worden uitgevoerd door de ontvangende bevoegde dienst op basis van diens nationale wetgeving of een internationale signalering.
**2.** Door middel van het formulier opgenomen in de Bijlage bij deze Uitvoeringsovereenkomst maken de betrokken bevoegde diensten concrete afspraken over de verstrekking van specifieke referentiegegevens, daarbij inbegrepen de in artikel 11 van deze Uitvoeringsovereenkomst bedoelde criteria inzake plaats, tijd en frequentie van de inzet van de referentiegegevens.
**3.** De in het tweede lid van dit artikel bedoelde afspraken worden gemaakt in onderling overleg tussen de betrokken bevoegde diensten, rekening houdend met de capaciteit die bij de bevoegde diensten die de referentiegegevens ontvangen beschikbaar is voor de uitvoering van de gevraagde opvolgingshandelingen en voor de verwerking van de te verwachten hits.
**4.** Het is niet noodzakelijk dat de bevoegde dienst die de referentiegegevens verstrekt, deze zelf inzet of ingezet heeft op door hem gebruikte ANPR-camera’s. De bevoegde dienst die de referentiegegevens verstrekt, mag deze selecteren uit de voor hem reeds beschikbare of toegankelijke gegevens, met het enkele doel deze te verstrekken aan een bevoegde dienst van een andere Partij zoals bedoeld in artikel 13 van het Politieverdrag.
Artikel 20
Artikel 20
Onderdeel van Overeenkomst ter uitvoering van artikel 13 van het tussen het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden op 23 juli 2018 te Brussel gesloten Verdrag inzake politiesamenwerking· Strafrecht
Deze tekst geldt sinds 12 december 2025