Naar hoofdinhoud
1. De bevoegde diensten die deelnemen aan de gemeenschappelijke politiepost verlenen elkaars op deze post werkzame ambtenaren rechtstreeks toegang tot elkaars politiedatabanken door middel van een op naam verleende autorisatie. 2. De rechtstreekse toegang tot de politiedatabanken is enkel toegestaan in het specifieke gebouw of de specifieke gebouwen van de gemeenschappelijke politiepost, zoals aangeduid in de bijlage bij deze Uitvoeringsovereenkomst. 3. De rechtstreekse toegang tot de politiedatabanken beperkt zich tot het raadplegen van gegevenssets benodigd voor de uitvoering van de politietaken in het territoriale bevoegdheidsgebied van de gemeenschappelijke politiepost. 4. Voor elke gemeenschappelijke politiepost worden in de bijlage bij deze Uitvoeringsovereenkomst de gegevenssets aangeduid welke raadpleegbaar zijn, alsook de verwerkingsverantwoordelijke of -verantwoordelijken voor de databanken waar deze gegevenssets deel van uitmaken. 5. Externe databanken mogen alleen worden geraadpleegd met inachtneming van de erop van toepassing zijnde nationale wetgeving, voor zover de uitvoeringsmodaliteiten voor de raadpleging van de betreffende databank niet in of krachtens het Politieverdrag bepaald zijn. 6. Gegevens in een gegevensset die afkomstig zijn uit een externe databank, maar zijn verwerkt in de betreffende politiedatabanken, kunnen naderhand worden geraadpleegd in het raam van deze Uitvoeringsovereenkomst. 7. De bevoegde diensten die een gegevensset raadpleegbaar stellen, verzekeren door technische en organisatorische maatregelen dat enkel deze gegevens raadpleegbaar zijn die een ambtenaar van een bevoegde dienst van de andere Partij op basis van deze Uitvoeringsovereenkomst mag raadplegen.

Rechtspraak bij dit artikel