**1.** Vorderingen op basis van de vervoerovereenkomst kunnen worden ingesteld tegen de contractuele vervoerder of tegen de vervoerder die de goederen heeft geleverd of tegen de vervoerder die het deel van het vervoer heeft uitgevoerd waarop het aan de procedure ten grondslag liggende feit zich heeft voorgedaan.
**2.** Een vordering tot terugvordering van een uit hoofde van de vervoerovereenkomst betaald bedrag kan worden ingesteld tegen de vervoerder die dat bedrag heeft geïnd of tegen de vervoerder namens wie het is geïnd.
**3.** Tegen een andere dan de in het eerste en tweede lid van dit artikel genoemde vervoerder kan een vordering worden ingesteld wanneer deze in de vorm van een tegenvordering in gang wordt gezet of door middel van bezwaar tegen een procedure met betrekking tot een hoofdvordering op grond van dezelfde vervoerovereenkomst.
**4.** Indien de eiser een keuze heeft tussen meerdere vervoerders, vervalt zijn keuzerecht zodra hij een vordering tegen een van hen heeft ingesteld.
HOOFDSTUK 4
Artikel 31
Vervoerders tegen wie een vordering kan worden ingesteld
Onderdeel van Verdrag inzake de overeenkomst van internationaal spoorwegvervoer van goederen· Arbitrage