Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 5

Artikel 34

Gevolgen van het cognossement; wettiging

Onderdeel van Verdrag inzake de overeenkomst van internationaal spoorwegvervoer van goederen· Arbitrage

1. Artikel 5, tweede lid, en de artikelen 6, 7, 9 en 10 zijn van overeenkomstige toepassing wanneer een cognossement is afgegeven. De goederen worden vergezeld door een afschrift van het cognossement. 2. De vervoerder mag de in het eerste lid van dit artikel bedoelde veronderstellingen jegens een in het cognossement aangewezen geadresseerde en aan wie het cognossement is overhandigd, niet weerleggen, tenzij de geadresseerde op het tijdstip van de overhandiging van het cognossement wist, of door grove nalatigheid niet wist, dat de daarin vermelde informatie onjuist is. Hetzelfde geldt voor elke derde aan wie het cognossement is overgedragen. 3. Elke vordering op grond van een vervoerovereenkomst die in een cognossement is opgenomen, kan alleen worden ingediend door de persoon die op grond van het cognossement aanspraak kan maken. De cognossementhouder wordt, in diens belang, geacht de persoon te zijn die een vordering kan indienen op grond van het cognossement.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel