**1.** Na aankomst van de goederen op de plaats bestemd voor de aflevering heeft de cognossementhouder het recht van de vervoerder te verlangen dat hij de goederen aflevert tegen overhandiging van het cognossement, waarin de aflevering is bevestigd, en tegen betaling van alle bedragen die volgens de vervoerovereenkomst verschuldigd zijn. De vervoerder mag de goederen echter niet aan de cognossementhouder afleveren indien hij weet, of door grove nalatigheid niet weet, dat de cognossementhouder niet de persoon is die gerechtigd is om op grond van het cognossement een vordering in te dienen.
**2.** Indien de vervoerder de goederen aflevert aan een andere partij dan de cognossementhouder of, in de gevallen bedoeld in de tweede zin van het eerste lid van dit artikel, aan een andere partij dan de persoon die gerechtigd is om op grond van het cognossement een vordering in te dienen, is de vervoerder aansprakelijk voor de daaruit voortvloeiende schade die de persoon die gerechtigd is om op grond van het cognossement een vordering in te dienen heeft geleden. De aansprakelijkheid is beperkt tot het bedrag dat verschuldigd zou zijn geweest indien de goederen verloren waren gegaan.
**3.** Indien de aflevering niet volgens de vervoerovereenkomst kan worden uitgevoerd omdat het cognossement niet aan de vervoerder wordt overgelegd, vraagt de vervoerder aan de persoon die gerechtigd is om op grond van het cognossement een vordering in te dienen om instructies. Indien de vervoerder niet binnen een redelijke termijn wettige en redelijke instructies kan verkrijgen, neemt hij maatregelen overeenkomstig artikel 18, tweede lid, maar heeft hij niet het recht om de goederen aan de afzender terug te zenden.
HOOFDSTUK 5
Artikel 35
Aflevering tegen overlevering van het cognossement
Onderdeel van Verdrag inzake de overeenkomst van internationaal spoorwegvervoer van goederen· Arbitrage