Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 5

Artikel 36

Uitvoeren van instructies

Onderdeel van Verdrag inzake de overeenkomst van internationaal spoorwegvervoer van goederen· Arbitrage

1. Wanneer een cognossement is afgegeven, heeft alleen de houder ervan het recht van beschikking ingevolge de artikelen 15 en 16. Indien de omstandigheden het vervoer onmogelijk maken, vraagt de vervoerder de persoon die gerechtigd is op grond van het cognossement een vordering in te dienen om instructies; artikel 18 is van toepassing met uitzondering van het recht de goederen aan de afzender te retourneren. De vervoerder mag alleen instructies uitvoeren tegen overlegging van het cognossement. De vervoerder mag echter geen instructies uitvoeren die door de cognossementhouder worden gegeven indien hij weet, of door grove nalatigheid niet weet, dat de cognossementhouder niet de persoon is die gerechtigd is op grond van het cognossement een vordering in te dienen. 2. Indien de vervoerder instructies uitvoert zonder dat het cognossement aan hem is overgelegd, is hij jegens de persoon die gerechtigd is om op grond van het cognossement een vordering in te dienen aansprakelijk voor de schade die deze laatste eventueel kan lijden. De aansprakelijkheid is beperkt tot het bedrag dat verschuldigd zou zijn geweest indien de goederen verloren waren gegaan.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel