Elk van de partijen voorziet, in overeenstemming met de nationale wetgeving die op haar grondgebied van kracht is, in de tijdelijke toelating van filmapparatuur en technische apparatuur voor het vervaardigen van gecoproduceerde audiovisuele werken, vrij van invoerrechten en -heffingen, onder voorwaarde van zekerheidstelling, totdat de apparatuur weer wordt uitgevoerd.
Artikel 10
Invoer van apparatuur
Onderdeel van Verdrag tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Republiek Indonesië inzake audiovisuele coproductie· Cultureel recht
Deze tekst geldt sinds 4 februari 2026