Naar hoofdinhoud

Artikel 9

Inbreng, filmen op locatie en soundtrack

Onderdeel van Verdrag tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Republiek Indonesië inzake audiovisuele coproductie· Cultureel recht

Deze tekst geldt sinds 4 februari 2026

1. Belangrijke artistieke en technische functies in een gecoproduceerd audiovisueel werk worden bekleed door personen uit de volgende categorieën: Met betrekking tot de Republiek Indonesië: personen met de Indonesische nationaliteit. Met betrekking tot het Koninkrijk der Nederlanden: personen met de Nederlandse nationaliteit; of personen die permanent in het deel van het Koninkrijk der Nederlanden verblijven bedoeld in artikel 20, tweede lid; of personen met de nationaliteit van een andere lidstaat van de Europese Unie; of personen met de nationaliteit van een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte van 2 mei 1992. 2. Een gecoproduceerd audiovisueel werk is afkomstig uit een van de partijen. Het aandeel van de belangrijkste artiesten en technici van elk van de partijen wordt door middel van onderhandelingen tussen de coproducenten bepaald voordat het audiovisuele werk voor voorlopige goedkeuring aan de bevoegde autoriteiten van beide partijen wordt voorgelegd. 3. Personen die niet behoren tot een van de in het eerste lid van dit artikel genoemde categorieën kunnen uitsluitend worden aanvaard in de in het eerste lid bedoelde belangrijke artistieke en technische functies na schriftelijke toestemming van beide bevoegde autoriteiten, rekening houdend met de vereisten van het audiovisuele werk. 4. Een coproductie met een of meer derden kan door de bevoegde autoriteiten ook per geval toegang worden verleend tot de voordelen waarin dit Verdrag voorziet. Het aandeel van de bijdragen van een derde aan een dergelijke coproductie is ten minste 20% (twintig procent) van het totale budget voor het audiovisuele werk. Onder bepaalde omstandigheden kan de bevoegde autoriteit andere grenzen overeenkomen, maar hierbij geldt een minimum van 10% (tien procent). 5. Studio-opnamen en filmen op locatie voor een gecoproduceerd audiovisueel werk vinden bij voorkeur plaats in studio's of locaties gevestigd op het grondgebied van een van de of beide partijen. De bevoegde autoriteiten van de partijen kunnen, indien het script of de oorspronkelijke setting van het audiovisuele werk dat vereist, om redenen van artistieke aard besluiten dat het filmen op locatie elders geschiedt. 6. De oorspronkelijke soundtrack van elk gecoproduceerd audiovisueel werk wordt vervaardigd in een van de officiële talen van de partijen, hetzij in elke combinatie van de toegestane talen. De soundtrack mag dialoog in andere talen bevatten indien het script dit vereist.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel