**1.** Voor audiovisuele werken die in het kader van dit Verdrag worden gecoproduceerd, dient voorlopige goedkeuring van de onderscheiden bevoegde autoriteiten te worden verkregen alvorens zij in productie worden genomen. Het is de verantwoordelijkheid van de coproducenten de door de bevoegde autoriteiten gewenste documentatie te verstrekken om de bevoegde autoriteiten in staat te stellen hun proces van voorlopige goedkeuring af te ronden.
**2.** De audiovisuele werken die in het kader van dit Verdrag worden gecoproduceerd, dienen te worden gemaakt in overeenstemming met de voorwaarden van de voorlopige goedkeuring van de bevoegde autoriteiten.
**3.** Na voltooiing van de productie is het de verantwoordelijkheid van de coproducenten om het voltooide gecoproduceerde audiovisuele werk en alle door de bevoegde autoriteiten vereiste documentatie te overleggen aan de bevoegde autoriteiten om hen in staat te stellen hun procedures voor definitieve goedkeuring af te ronden voordat voor het gecoproduceerde audiovisuele werk de voordelen worden verkregen, ingevolge artikel 3, eerste en tweede lid, die verbonden zijn aan definitieve goedkeuring.
**4.** Bij het vaststellen van de voorlopige en definitieve goedkeuring passen de bevoegde autoriteiten de Bijlage bij dit Verdrag toe op gecoproduceerde audiovisuele werken.
**5.** Om te bepalen of een project voldoet aan de bepalingen van dit Verdrag treden de bevoegde autoriteiten met elkaar in overleg. Bij het bepalen of voorlopige of definitieve goedkeuring wordt verleend of geweigerd past elke bevoegde autoriteit haar eigen beleid en richtlijnen toe.
**6.** Bij goedkeuring van een gecoproduceerd audiovisueel werk kan elke autoriteit voorwaarden voor goedkeuring vaststellen teneinde de algemene doelstellingen van dit Verdrag te verwezenlijken. Wanneer de bevoegde autoriteiten geen overeenstemming bereiken over het verlenen van een dergelijke goedkeuring of het opnemen van voorwaarden, wordt het betreffende project niet goedgekeurd in het kader van dit Verdrag.
**7.** Met betrekking tot Indonesië heeft een gecoproduceerd audiovisueel werk de procedure voor voorlopige goedkeuring doorlopen zodra de Indonesische bevoegde autoriteit Tanda Pendaftaran Produksi Film (TPPF) heeft verstrekt.
**8.** Met betrekking tot Nederland heeft een gecoproduceerd audiovisueel werk de procedure voor voorlopige goedkeuring doorlopen zodra de Nederlandse bevoegde autoriteit de Nederlandse coproducent er schriftelijk van in kennis heeft gesteld dat de voorlopige goedkeuring is verleend. Een gecoproduceerd audiovisueel werk heeft de procedure voor definitieve goedkeuring doorlopen zodra de Nederlandse bevoegde autoriteit de Nederlandse coproducent er schriftelijk van in kennis heeft gesteld dat de definitieve goedkeuring is verleend.
Artikel 5
Goedkeuring van een gecoproduceerd audiovisueel werk
Onderdeel van Verdrag tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Republiek Indonesië inzake audiovisuele coproductie· Cultureel recht
Deze tekst geldt sinds 4 februari 2026