Naar hoofdinhoud

DEEL III › HOOFDSTUK 10 › AFDELING B

Artikel 10.21

Vrijstellingen van de vereisten met betrekking tot attesten van oorsprong

Onderdeel van Geavanceerde Kaderovereenkomst tussen de Europese Unie en haar Lidstaten, enerzijds, en de Republiek Chili, anderzijds· Financieel en economisch recht

1. Producten die in colli door particulieren aan particulieren worden verzonden of die deel uitmaken van de persoonlijke bagage van reizigers, worden als producten van oorsprong toegelaten zonder dat een bewijs van oorsprong vereist is, op voorwaarde dat die producten niet als handelsgoederen worden ingevoerd en bij hun aangifte verklaard is dat zij aan de vereisten van dit hoofdstuk voldoen en er over de juistheid van die verklaring geen twijfel bestaat. 2. Invoer van incidentele aard van producten die uitsluitend bestemd zijn voor persoonlijk gebruik door de ontvangers, de reizigers of de leden van hun gezin wordt niet als invoer van handelsgoederen aangemerkt indien noch de aard, noch de hoeveelheid van de goederen op commerciële doeleinden wijst, op voorwaarde dat de ingevoerde producten geen deel uitmaken van invoer waarvan redelijkerwijs kan worden aangenomen dat die afzonderlijk is verricht om te ontkomen aan het vereiste inzake een attest van oorsprong. 3. De totale waarde van de in lid 1 bedoelde producten mag niet meer bedragen dan 500 EUR of het gelijkwaardige bedrag daarvan in de valuta van de Partij in geval van colli, of 1 200 EUR of het gelijkwaardige bedrag daarvan in de valuta van de Partij in geval van producten die deel uitmaken van de persoonlijke bagage van reizigers.

Rechtspraak bij dit artikel