**1.** De douaneautoriteit van de invoerende Partij kan op basis van risicobeoordelingsmethoden, die een willekeurige steekproef kunnen omvatten, de oorsprongsstatus van een product verifiëren of verifiëren of aan de overige vereisten van dit hoofdstuk is voldaan. Voor die verificatie kan de douaneautoriteit van de invoerende Partij een verzoek om informatie richten aan de importeur die het verzoek om preferentiële behandeling heeft ingediend op grond van artikel 10.16.
**2.** De douaneautoriteit van de invoerende Partij die een verzoek stuurt op grond van lid 1 mag niet meer dan de volgende informatie met betrekking tot de oorsprong van een product vragen:
het attest van oorsprong, indien het verzoek om preferentiële behandeling op een attest van oorsprong werd gebaseerd; en
informatie over het voldoen aan de oorsprongscriteria, te weten:
als het oorsprongscriterium „volledig verkregen” is, de toepasselijke categorie (zoals oogst, ontginning, bevissing) en plaats van productie;
als het oorsprongscriterium is gebaseerd op een wijziging in tariefindeling, een lijst van alle niet van oorsprong zijnde materialen, met inbegrip van het tariefindelingsnummer ervan (in 2, 4 of 6 cijfers, afhankelijk van het oorsprongscriterium);
als het oorsprongscriterium is gebaseerd op een waardemethode, de waarde van het eindproduct evenals de waarde van alle bij de productie gebruikte niet van oorsprong zijnde materialen;
als het oorsprongscriterium is gebaseerd op gewicht, het gewicht van het eindproduct alsook het gewicht van de desbetreffende in het eindproduct gebruikte niet van oorsprong zijnde materialen; en
als het oorsprongscriterium is gebaseerd op een specifiek productieprocedé, een beschrijving van dat specifieke procedé.
**3.** Wanneer de importeur de gevraagde informatie verstrekt, kan hij daaraan alle andere informatie toevoegen die hij met het oog op de verificatie nuttig acht.
**4.** Als het verzoek om preferentiële tariefbehandeling is gebaseerd op een overeenkomstig artikel 10.16, lid 2, punt a), door de exporteur opgesteld attest van oorsprong, verstrekt de importeur dat attest van oorsprong, maar kan hij de douaneautoriteit van de invoerende Partij antwoorden dat hij de in lid 2, punt b), van dat artikel bedoelde informatie niet kan verstrekken.
**5.** Als het verzoek om preferentiële tariefbehandeling is gebaseerd op de aan de importeur bekende informatie zoals bedoeld in artikel 10.16, lid 2, punt b), kan de douaneautoriteit van de invoerende Partij die de verificatie verricht, na eerst op grond van lid 1 van dit artikel om informatie te hebben verzocht, de importeur verzoeken aanvullende informatie te verstrekken, wanneer zij van oordeel is dat aanvullende informatie nodig is om de oorsprongsstatus van het product te verifiëren of om na te gaan of aan de overige vereisten van dit hoofdstuk is voldaan. De douaneautoriteit van de invoerende Partij kan indien van toepassing de importeur om specifieke documentatie en informatie verzoeken.
**6.** Als de douaneautoriteit van de invoerende Partij besluit de preferentiële tariefbehandeling voor de betrokken producten te schorsen zolang de uitslag van de verificatie niet bekend is, kan zij de importeur de mogelijkheid bieden om de producten vrij te geven. Als voorwaarde voor die vrijgave kan de invoerende Partij een waarborg of andere passende conservatoire maatregelen verlangen. Elke schorsing van de preferentiële tariefbehandeling wordt zo spoedig mogelijk beëindigd nadat de douaneautoriteit van de invoerende Partij heeft vastgesteld dat de betrokken producten van oorsprong zijn of dat aan de overige vereisten van dit hoofdstuk is voldaan.
DEEL III › HOOFDSTUK 10 › AFDELING B
Artikel 10.22
Verificatie
Onderdeel van Geavanceerde Kaderovereenkomst tussen de Europese Unie en haar Lidstaten, enerzijds, en de Republiek Chili, anderzijds· Financieel en economisch recht