Naar hoofdinhoud

DEEL III › HOOFDSTUK 10 › AFDELING A

Artikel 10.3

Cumulatie van de oorsprong

Onderdeel van Geavanceerde Kaderovereenkomst tussen de Europese Unie en haar Lidstaten, enerzijds, en de Republiek Chili, anderzijds· Financieel en economisch recht

1. Een product van oorsprong uit een Partij wordt beschouwd als van oorsprong uit de andere Partij wanneer het als materiaal bij de productie van een ander product in die andere Partij wordt gebruikt, voor zover de uitgevoerde be- of verwerking ingrijpender is dan een of meer van de in artikel 10.6 genoemde behandelingen. 2. Materialen die zijn ingedeeld in hoofdstuk 3 van het geharmoniseerd systeem en die van oorsprong zijn uit de in lid 4, punt b), genoemde landen en worden gebruikt bij de productie van onder de onderverdeling 1604.14 van het geharmoniseerd systeem ingedeelde tonijnconserven, kunnen als van oorsprong uit een Partij worden beschouwd mits aan de voorwaarden van lid 3, punten a) tot en met e), is voldaan en die Partij een kennisgeving voor toetsing door het in artikel 10.31 bedoelde subcomité doet. 3. Het Gemengd Comité kan, op aanbeveling van het in artikel 10.31 bedoelde subcomité, besluiten dat bepaalde materialen van oorsprong uit de in lid 4 van dit artikel bedoelde derde landen10) Ter informatie: „derde land” is gedefinieerd in artikel 1.3, punt c). als van oorsprong uit een Partij worden beschouwd indien zij worden gebruikt bij de productie van een product in die Partij, mits: elke Partij een geldende handelsovereenkomst heeft waarbij een vrijhandelsruimte met dat derde land is ingesteld overeenkomstig artikel XXIV van de GATT 1994; de oorsprong van de in dit lid bedoelde materialen wordt bepaald in overeenstemming met de oorsprongsregels die van toepassing zijn in het kader van: de handelsovereenkomst van de EU-Partij waarbij een vrijhandelsruimte met dat derde land is ingesteld, indien het betrokken materiaal wordt gebruikt voor de productie van een product in Chili; en de handelsovereenkomst van Chili waarbij een vrijhandelsruimte met dat derde land is ingesteld, indien het betrokken materiaal wordt gebruikt voor de productie van een product in de EU-Partij; tussen die Partij en dat derde land een regeling inzake adequate administratieve douanesamenwerking van kracht is die de volledige uitvoering van dit hoofdstuk waarborgt, met inbegrip van de bepalingen inzake het gebruik van passende documenten betreffende de oorsprong van materialen, en die Partij de andere Partij in kennis stelt van die regeling; de in die Partij uitgevoerde productie of verwerking van de materialen ingrijpender is dan een of meer van de in artikel 10.6 genoemde behandelingen; en de Partijen het eens zijn over de overige toepasselijke voorwaarden. 4. De in lid 3 bedoelde derde landen zijn: de Midden-Amerikaanse landen Costa Rica, El Salvador, Guatemala, Honduras, Nicaragua en Panama; en de Andeslanden Colombia, Ecuador en Peru.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel