Naar hoofdinhoud

DEEL III › HOOFDSTUK 12 › AFDELING C › ONDERAFDELING 1

Artikel 12.10

Toepassing van bilaterale vrijwaringsmaatregelen

Onderdeel van Geavanceerde Kaderovereenkomst tussen de Europese Unie en haar Lidstaten, enerzijds, en de Republiek Chili, anderzijds· Financieel en economisch recht

1. Niettegenstaande afdeling B mag de invoerende Partij onder de in deze afdeling vervatte voorwaarden en volgens de in deze afdeling neergelegde procedures passende bilaterale vrijwaringsmaatregelen vaststellen, indien als gevolg van de verlaging of afschaffing van douanerechten uit hoofde van dit deel van deze overeenkomst, een product van oorsprong uit een Partij in dermate toegenomen hoeveelheden — in absolute zin of in verhouding tot de binnenlandse productie — en onder zodanige voorwaarden op het grondgebied van een andere Partij wordt ingevoerd dat binnenlandse producenten die soortgelijke of rechtstreeks concurrerende producten vervaardigen, daarvan ernstige schade ondervinden of dreigen te ondervinden. 2. Indien aan de voorwaarden van lid 1 is voldaan kan de invoerende Partij een van de volgende bilaterale vrijwaringsmaatregelen toepassen: schorsing van enige in dit deel van deze overeenkomst voorziene verdere verlaging van het douanerecht op het betrokken product; of de verhoging van het douanerecht op het betrokken goed tot een niveau dat niet hoger ligt dan het laagste van de volgende rechten: het op het goed toegepaste meestbegunstigingsdouanerecht dat geldt op het tijdstip waarop de maatregel wordt genomen; of het op het goed toegepaste meestbegunstigingsdouanerecht dat van toepassing was op de dag onmiddellijk voorafgaand aan de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst.

Rechtspraak bij dit artikel