Naar hoofdinhoud

DEEL III › HOOFDSTUK 12 › AFDELING C › ONDERAFDELING 1

Artikel 12.11

Normen voor bilaterale vrijwaringsmaatregelen

Onderdeel van Geavanceerde Kaderovereenkomst tussen de Europese Unie en haar Lidstaten, enerzijds, en de Republiek Chili, anderzijds· Financieel en economisch recht

1. Er mag geen bilaterale vrijwaringsmaatregel worden toegepast: behalve voor zover en zo lang hij noodzakelijk is om ernstige schade of dreigende ernstige schade voor de interne bedrijfstak te voorkomen of te verhelpen; voor een periode langer dan twee jaar; de periode mag met nog eens twee jaar worden verlengd indien de bevoegde onderzoekende autoriteit van de invoerende Partij overeenkomstig de in deze afdeling vastgestelde procedures vaststelt dat de maatregel noodzakelijk blijft om de ernstige schade of dreigende ernstige schade voor de interne bedrijfstak te voorkomen of te verhelpen, waarbij de totale toepassingsperiode van de bilaterale vrijwaringsmaatregel, met inbegrip van de initiële toepassingsperiode en elke verlenging daarvan, maximaal vier jaar mag bedragen; of na afloop van de overgangsperiode zoals gedefinieerd in artikel 12.9, punt b). 2. Wanneer een Partij een bilaterale vrijwaringsmaatregel niet langer toepast, is het douanerecht het recht dat overeenkomstig haar lijst in bijlage 9 voor het betrokken goed van kracht zou zijn geweest. 3. Om de aanpassing van de betrokken bedrijfstak te vergemakkelijken wanneer de verwachte duur van een bilaterale vrijwaringsmaatregel meer dan één jaar bedraagt, liberaliseert de Partij die de maatregel toepast die geleidelijk op gezette tijden tijdens de toepassingsduur ervan.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel