Naar hoofdinhoud

DEEL III › HOOFDSTUK 13

Artikel 13.7

Erkenning van regionalisatiebesluiten ten aanzien van dierziekten en besmettingen bij dieren en van plaagorganismen

Onderdeel van Geavanceerde Kaderovereenkomst tussen de Europese Unie en haar Lidstaten, enerzijds, en de Republiek Chili, anderzijds· Financieel en economisch recht

1. De Partijen erkennen het regionalisatieprincipe en passen dat principe toe op hun onderlinge handelsverkeer. 2. Regionalisatiebesluiten ten aanzien van in aanhangsel 13-B-1 opgenomen ziekten van land- en waterdieren en in aanhangsel 13-B-2 opgenomen plaagorganismen worden vastgesteld overeenkomstig bijlage 13-C. 3. Met betrekking tot dierziekten, en in overeenstemming met artikel 13.14, doet de uitvoerende Partij die de invoerende Partij om erkenning van een regionalisatiebesluit verzoekt, kennisgeving van haar maatregelen tot instelling van regionalisatie, met een omstandige toelichting bij en ondersteunende gegevens voor haar vaststelling en besluit. 4. Onverminderd artikel 13.15, en tenzij de invoerende Partij binnen 15 dagen na ontvangst van het regionalisatiebesluit uitdrukkelijk bezwaar maakt en om bijkomende gegevens, overleg of verificatie verzoekt overeenkomstig de artikelen 13.11 en 13.14, beschouwen de Partijen dat besluit als aanvaard. 5. Het in lid 4 van dit artikel bedoelde overleg vindt plaats in overeenstemming met het bepaalde in artikel 13.14, lid 2. De invoerende Partij beoordeelt de bijkomende gegevens binnen 15 werkdagen na ontvangst ervan. De in lid 4 van dit artikel bedoelde verificatie geschiedt in overeenstemming met het bepaalde in artikel 13.11 binnen 25 werkdagen na ontvangst van het verzoek daartoe. 6. Wat plaagorganismen betreft, draagt elke Partij er zorg voor dat bij de handel in planten, plantaardige producten en andere producten rekening wordt gehouden met de door de andere Partij erkende plantgezondheidsstatus. De uitvoerende Partij die de andere Partij om erkenning van een regionalisatiebesluit verzoekt, stelt de andere Partij in kennis van haar maatregelen en besluiten, volgens de relevante internationale normen voor fytosanitaire maatregelen van de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties („FAO”), waaronder nr. 4 „Requirements for the establishment of pest free areas”, nr. 8 „Determination of pest status in an area” en andere internationale normen voor fytosanitaire maatregelen die de Partijen passend achten. Onverminderd artikel 13.15, en tenzij de invoerende Partij binnen drie maanden na ontvangst van het regionalisatiebesluit uitdrukkelijk bezwaar maakt en om bijkomende gegevens, overleg of verificatie verzoekt overeenkomstig de artikelen 13.11 en 13.14, beschouwen de Partijen dat besluit als aanvaard. 7. Het in lid 4 van dit artikel bedoelde overleg vindt plaats in overeenstemming met het bepaalde in artikel 13.14, lid 2. De invoerende Partij beoordeelt de bijkomende gegevens binnen drie maanden na ontvangst van dergelijke bijkomende gegevens. Elke Partij verricht de in lid 4 van dit artikel bedoelde verificatie in overeenstemming met het bepaalde in artikel 13.11 binnen twaalf maanden na ontvangst van het verzoek daartoe, rekening houdende met het biologische karakter van het plaagorganisme en het gewas in kwestie. 8. Na voltooiing van de procedures van de leden 2 tot en met 7 van dit artikel, en onverminderd artikel 13.15, neemt iedere Partij zonder onnodige vertraging de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke maatregelen om de handel mogelijk te maken op basis van de in die leden vervatte bepalingen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel