**1.** Geschillen kunnen en worden voor zover mogelijk in der minne geschikt door middel van onderhandelingen, goede diensten of bemiddeling en, indien mogelijk, vóór de indiening van een verzoek om overleg op grond van dit artikel. Een dergelijke schikking kan te allen tijde worden overeengekomen, ook nadat de procedure op grond van onderverdeling 5 is ingeleid.
**2.** Binnen 15 dagen nadat de onderling overeengekomen oplossing tussen de partijen bij het geschil is overeengekomen, wordt de niet bij het geschil betrokken Partij op grond van lid 1 in kennis gesteld van die onderling overeengekomen oplossing. Elke partij bij het geschil eerbiedigt de overeenkomstig dit artikel of artikel 17.26 bereikte onderling overeengekomen oplossing en leeft die na. Het subcomité houdt toezicht op de tenuitvoerlegging van die onderling overeengekomen oplossing en de Partij bij de onderling overeengekomen oplossing brengt regelmatig verslag uit aan het subcomité over de tenuitvoerlegging van die oplossing.
**3.** Indien een geschil niet kan worden beslecht zoals bepaald in lid 1 van dit artikel, dient een eiser uit een Partij die beweert dat de in artikel 17.25, lid 1, bedoelde bepalingen zijn geschonden en die een vordering wenst in te dienen, een verzoek om overleg in bij de andere Partij.
**4.** Het verzoek bevat de volgende informatie:
de naam en het adres van de eiser en, indien het verzoek wordt ingediend namens een plaatselijk gevestigde onderneming, de naam, het adres en de plaats van oprichting van de plaatselijk gevestigde onderneming;
een omschrijving van de investering en van de eigendom ervan en de zeggenschap erover;
de bepalingen van artikel 17.25, lid 1, die zouden zijn geschonden;
de wettelijke en de feitelijke basis van de vordering, met inbegrip van de maatregel die de in artikel 17.25, lid 1, bedoelde bepalingen zou schenden;
de gevraagde maatregel(en) en het geraamde bedrag van de gevorderde schadevergoeding; en
informatie over de uiteindelijke begunstigde en de bedrijfsstructuur van de eiser en bewijsmateriaal waaruit blijkt dat de eiser een investeerder uit de andere Partij is en eigenaar is van of zeggenschap heeft over de investering en, indien hij optreedt namens een plaatselijk gevestigde onderneming, dat hij eigenaar is van of zeggenschap heeft over die plaatselijk gevestigde onderneming.
**5.** Tenzij de partijen bij het geschil een langere periode overeenkomen, begint het overleg binnen 60 dagen na de datum van indiening van het verzoek om overleg.
**6.** Tenzij de partijen bij het geschil anders overeenkomen, wordt het overleg gehouden:
in Santiago, indien het overleg betrekking heeft op een vermeende inbreuk door Chili;
in Brussel, indien het overleg betrekking heeft op een vermeende inbreuk door de Europese Unie; of
in de hoofdstad van de betrokken lidstaat, indien het overleg uitsluitend betrekking heeft op een vermeende inbreuk door die lidstaat.
**7.** Indien de partijen bij het geschil zulks overeenkomen, kan overleg worden gepleegd door middel van een videoconferentie of op een andere passende wijze.
**8.** Het verzoek om overleg wordt ingediend:
binnen drie jaar na de datum waarop de eiser of, indien de eiser optreedt namens de plaatselijk gevestigde onderneming, de datum waarop de plaatselijk gevestigde onderneming voor het eerst kennis heeft verkregen of had moeten verwerven van de maatregel die onverenigbaar zou zijn met de in artikel 17.25, lid 1, bedoelde bepalingen en van het verlies of de schade die daardoor zou zijn geleden; of
binnen twee jaar na de datum waarop de eiser of, indien de eiser namens de plaatselijk gevestigde onderneming optreedt, de datum waarop de plaatselijk gevestigde onderneming haar vorderingen of procedures voor een binnenlandse rechterlijke instantie uit hoofde van het recht van een Partij staakt, en in ieder geval uiterlijk vijf jaar na de datum waarop de eiser of, indien de eiser optreedt namens de plaatselijk gevestigde onderneming, de datum waarop de plaatselijk gevestigde onderneming voor het eerst kennis heeft verkregen of had moeten verwerven van de maatregel die onverenigbaar zou zijn met de in artikel 17.25, lid 1, bedoelde bepalingen en van het verlies of de schade die daardoor zou zijn geleden.
**9.** Indien de eiser binnen 18 maanden na de indiening van het verzoek om overleg geen vordering op grond van artikel 17.30 heeft ingediend, wordt hij geacht zijn verzoek om overleg en, indien van toepassing, zijn mededeling houdende verzoek om bepaling van de verweerder op grond van artikel 17.28 te hebben ingetrokken, en kan hij uit hoofde van deze afdeling geen vordering met betrekking tot dezelfde gestelde schending indienen. De bij het overleg betrokken partijen bij het geschil kunnen overeenkomen die termijn te verlengen.
**10.** Een aanhoudende inbreuk mag niet leiden tot verlenging of onderbreking van de in lid 8 vermelde termijnen.
**11.** Indien het verzoek om overleg betrekking heeft op een vermeende schending van deze overeenkomst door de EU-Partij, wordt het aan de Europese Unie toegezonden. Indien een vermeende inbreuk op deze overeenkomst door een lidstaat wordt vastgesteld overeenkomstig artikel 17.28, wordt het verzoek om overleg ook aan de betrokken lidstaat toegezonden.
DEEL III › HOOFDSTUK 17 › AFDELING D › ONDERAFDELING 2
Artikel 17.27
Overleg en minnelijke schikking
Onderdeel van Geavanceerde Kaderovereenkomst tussen de Europese Unie en haar Lidstaten, enerzijds, en de Republiek Chili, anderzijds· Financieel en economisch recht