Naar hoofdinhoud

DEEL III › HOOFDSTUK 17 › AFDELING D › ONDERAFDELING 3

Artikel 17.28

Verzoek om bepaling van de verweerder

Onderdeel van Geavanceerde Kaderovereenkomst tussen de Europese Unie en haar Lidstaten, enerzijds, en de Republiek Chili, anderzijds· Financieel en economisch recht

1. Indien het geschil niet binnen 90 dagen na de indiening van het verzoek om overleg kan worden beslecht, het verzoek betrekking heeft op een vermeende schending van deze overeenkomst door de EU-Partij en de eiser voornemens is een procedure aanhangig te maken op grond van artikel 17.30, stuurt de eiser aan de Europese Unie een mededeling houdende verzoek om bepaling van de verweerder. 2. In de mededeling wordt aangegeven met betrekking tot welke maatregelen de eiser een procedure aanhangig wil maken. Indien een maatregel van een lidstaat van de Europese Unie wordt aangegeven, wordt de mededeling ook aan de betrokken lidstaat toegezonden. 3. De EU-Partij deelt de eiser, nadat zij tot een bepaling is gekomen, zo spoedig mogelijk doch uiterlijk binnen 60 dagen na de datum van ontvangst van de in lid 1 genoemde mededeling mee of de Europese Unie dan wel een lidstaat van de Europese Unie als verweerder optreedt49) Voor alle duidelijkheid: de EU-Partij verricht een dergelijke bepaling enkel op basis van de toepassing van Verordening (EU) nr. 912/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 tot vaststelling van een kader voor het regelen van de financiële verantwoordelijkheid in verband met scheidsgerechten voor de beslechting van geschillen tussen investeerders en staten die zijn ingesteld bij internationale overeenkomsten waarbij de Europese Unie partij is (PB EU L 257 van 28.8.2014, blz. 121).. 4. Indien de eiser niet binnen 60 dagen na indiening van de in lid 3 genoemde mededeling in kennis is gesteld van de bepaling, is de verweerder: de lidstaat, indien in de in lid 1 bedoelde mededeling uitsluitend maatregelen van een lidstaat worden vermeld; of de Europese Unie, indien de maatregel of maatregelen die zijn vermeld in de in lid 1 bedoelde mededeling, maatregelen van de Europese Unie omvatten. 5. Indien de eiser een vordering indient op grond van artikel 17.30, doet hij dat op basis van de meegedeelde bepaling als bedoeld in lid 3 van dit artikel en, indien die bepaling niet aan de eiser is meegedeeld, op basis van lid 4 van dit artikel. 6. Indien de Europese Unie of een lidstaat als verweerder optreedt naar aanleiding van een vaststelling op grond van lid 3, mag de Europese Unie noch de betrokken lidstaat vaststellen dat een vordering niet-ontvankelijk is, dat het Gerecht niet bevoegd is of anderszins dat de vordering ongegrond of een uitspraak ongeldig is, op grond dat de verweerder eigenlijk de Europese Unie en niet de lidstaat zou moeten zijn, of omgekeerd. 7. Het Gerecht en de Beroepsinstantie zijn gebonden door de op grond van lid 3 gedane bepaling of, indien die bepaling niet binnen 60 dagen aan de eiser is medegedeeld, door de vaststelling op basis van lid 4. 8. Niets in deze overeenkomst of in de toepasselijke regels inzake geschillenbeslechting vormt een beletsel voor de uitwisseling van alle informatie over een geschil tussen de Unie en de betrokken lidstaat.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel