Naar hoofdinhoud

DEEL III › HOOFDSTUK 17 › AFDELING D › ONDERAFDELING 3

Artikel 17.30

Instelling van een vordering

Onderdeel van Geavanceerde Kaderovereenkomst tussen de Europese Unie en haar Lidstaten, enerzijds, en de Republiek Chili, anderzijds· Financieel en economisch recht

1. Indien het geschil niet binnen zes maanden na de indiening van het verzoek om overleg kan worden beslecht en, in voorkomend geval, ten minste drie maanden zijn verstreken na de indiening van de mededeling houdende verzoek om bepaling van de verweerder op grond van artikel 17.28, kan de eiser, mits hij voldoet aan de vereisten van dit artikel en van artikel 17.32, een vordering instellen bij het Gerecht. 2. Een vordering kan worden ingesteld bij het Gerecht uit hoofde van een van de volgende reeksen regels inzake geschillenbeslechting: het Icsid-Verdrag, op voorwaarde dat zowel de verweerder als de staat van de eiser partij zijn bij het Icsid-Verdrag; de Icsid-bepalingen inzake aanvullende mogelijkheden, mits de verweerder of de staat van de eiser partij is bij het Icsid-Verdrag; de Uncitral-arbitragevoorschriften; of andere regels die op verzoek van de eiser door de partijen bij het geschil zijn overeengekomen. 3. De in lid 2 bedoelde regels inzake geschillenbeslechting zijn van toepassing met inachtneming van de in deze afdeling vastgestelde regels, zoals aangevuld door de door het subcomité vastgestelde regels. 4. Alle vorderingen die door de eiser zijn aangegeven bij de instelling van zijn vordering op grond van dit artikel moeten worden gebaseerd op informatie die is aangegeven in zijn verzoek om overleg op grond van artikel 17.27, lid 4, punten c) en d). 5. Vorderingen die worden ingesteld namens een uit een aantal niet-geïdentificeerde eisers bestaande groep, of door een vertegenwoordiger die voornemens is de procedure te voeren in het belang van een aantal al dan niet geïdentificeerde eisers die alle namens hen te nemen besluiten met betrekking tot de procedure delegeren, zijn niet ontvankelijk. 6. Voor alle duidelijkheid: een eiser mag geen vordering uit hoofde van deze afdeling instellen wanneer de investering is verricht door middel van bedrieglijke onjuiste voorstelling, het achterhouden van informatie, corruptie of gedragingen die misbruik van procedure opleveren.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel