Naar hoofdinhoud

DEEL III › HOOFDSTUK 17 › AFDELING D › ONDERAFDELING 3

Artikel 17.29

Vereisten voor de instelling van een vordering

Onderdeel van Geavanceerde Kaderovereenkomst tussen de Europese Unie en haar Lidstaten, enerzijds, en de Republiek Chili, anderzijds· Financieel en economisch recht

1. Alvorens een vordering in te dienen, moet de eiser: elke aanhangige vordering of procedure bij een nationaal of internationaal gerecht uit hoofde van het nationale of internationale recht intrekken met betrekking tot maatregelen die een inbreuk zouden vormen op de in artikel 17.25, lid 1, bedoelde bepalingen; schriftelijk afzien van het instellen van vorderingen of aanhangig maken van procedures voor een nationaal of internationaal gerecht uit hoofde van het interne of internationale recht met betrekking tot maatregelen waarvan wordt gesteld dat zij een inbreuk vormen op de in artikel 17.25, lid 1, bedoelde bepalingen; verklaren dat hij een uitspraak op grond van deze afdeling niet zal uitvoeren alvorens die definitief is geworden op grond van artikel 17.56, en dat hij niet bij een internationale of interne rechter tegen een op grond van deze afdeling gedane uitspraak in beroep zal gaan, noch zal verzoeken om toetsing, vernietiging, nietigverklaring of herziening daarvan, en evenmin zal trachten een andere soortgelijke procedure aanhangig te maken. 2. Het Gerecht wijst een vordering van een eiser die bij het Gerecht of bij een andere interne of internationale rechterlijke instantie een andere vordering heeft ingediend, af met betrekking tot dezelfde maatregel als die waarvan wordt gesteld dat zij onverenigbaar is met de in artikel 17.25, lid 1, bedoelde bepalingen, tenzij de eiser die aanhangige vordering intrekt. Dit lid is niet van toepassing indien de eiser een vordering instelt bij een binnenlandse rechterlijke instantie met als doel een voorlopige voorziening of vaststelling te verkrijgen. 3. Voor de toepassing van dit artikel omvat de eiser de investeerder en, indien de investeerder namens de plaatselijk gevestigde onderneming handelde, de plaatselijk gevestigde onderneming. Voor de toepassing van lid 1, punt a), en lid 2, omvat de eiser ook: indien een investeerder de vordering instelt namens zichzelf, alle personen die rechtstreeks of onrechtstreeks een eigendomsbelang hebben in, of onder zeggenschap staan van, de investeerder en aanvoeren hetzelfde verlies of dezelfde schade50) Voor alle duidelijkheid: onder hetzelfde verlies of dezelfde schade wordt verstaan verlies of schade die voortvloeit uit dezelfde maatregel en die de persoon in dezelfde hoedanigheid als de eiser tracht te verhalen (als de eiser bijvoorbeeld een vordering instelt als aandeelhouder, zou deze bepaling betrekking hebben op een verbonden persoon die ook als aandeelhouder verhaal wil halen). te hebben geleden als de investeerder; of indien een investeerder de vordering namens een plaatselijk gevestigde onderneming instelt, alle personen die rechtstreeks of onrechtstreeks een eigendomsbelang hebben in, of onder zeggenschap staan van, de plaatselijk gevestigde onderneming en aanvoeren hetzelfde verlies of dezelfde schade51) Voor alle duidelijkheid: onder hetzelfde verlies of dezelfde schade wordt verstaan verlies of schade die voortvloeit uit dezelfde maatregel en die de persoon in dezelfde hoedanigheid als de eiser tracht te verhalen (als de eiser bijvoorbeeld een vordering instelt als aandeelhouder, zou deze bepaling betrekking hebben op een verbonden persoon die ook als aandeelhouder verhaal wil halen). te hebben geleden als de plaatselijk gevestigde onderneming.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel