**1.** Er wordt een permanente Beroepsinstantie ingesteld die hogere beroepen tegen uitspraken van het Gerecht behandelt.
**2.** Het Gemengd Comité wijst bij de inwerkingtreding van deze overeenkomst zes leden van de Beroepsinstantie aan. Twee leden zijn onderdaan van een lidstaat van de Europese Unie, twee zijn onderdaan van Chili en twee zijn onderdaan van derde landen. Bij de benoeming van de leden van de Beroepsinstantie wordt het Gemengd Comité aangemoedigd na te gaan of er moet worden gezorgd voor diversiteit en een eerlijke vertegenwoordiging met betrekking tot gender.
**3.** Het Gemengd Comité kan besluiten het aantal leden van de Beroepsinstantie met een veelvoud van drie te verhogen. Aanvullende benoemingen geschieden overeenkomstig de criteria van lid 2.
**4.** De leden van de Beroepsinstantie voldoen aan alle gestelde eisen om in het land waarvan zij onderdaan zijn de hoogste rechterlijk ambten te bekleden of staan bekend als kundige rechtsgeleerden. Zij beschikken over aantoonbare ervaring op het gebied van internationaal publiekrecht. Het is wenselijk dat zij op het gebied van internationaal investeringsrecht, internationaal handelsrecht en geschillenbeslechting in het kader van internationale investerings- of internationale handelsovereenkomsten over deskundigheid beschikken.
**5.** De leden van de Beroepsinstantie worden benoemd voor een ambtstermijn van vijf jaar. De ambtstermijn van drie van de zes leden die onmiddellijk na de inwerkingtreding van deze overeenkomst door middel van loting worden aangewezen, bedraagt evenwel acht jaar. Vacatures worden opgevuld zodra zij ontstaan. Een lid dat wordt aangewezen ter vervanging van een lid wiens ambtstermijn nog niet is geëindigd, oefent het ambt uit voor het resterende gedeelte van de ambtstermijn van zijn of haar voorganger. Een lid dat bij het verstrijken van zijn of haar ambtstermijn zitting heeft in een formatie van de Beroepsinstantie kan met toestemming van de president van de Beroepsinstantie aanblijven als lid van die formatie totdat de procedures bij die formatie beëindigd zijn, en wordt uitsluitend met het oog daarop geacht lid te blijven van de Beroepsinstantie.
**6.** De Beroepsinstantie heeft een president en een vicepresident die, bijgestaan door een secretariaat, verantwoordelijk zijn voor organisatorische aangelegenheden. De president en de vicepresident worden door middel van loting voor een ambtstermijn van twee jaar aangewezen uit de leden die onderdaan zijn van een derde land. Zij oefenen het ambt beurtelings uit, aangewezen door middel van loting door de medevoorzitters van het Gemengd Comité. De vicepresident vervangt de president wanneer die verhinderd is.
**7.** De Beroepsinstantie behandelt de hogere beroepen in formaties bestaande uit drie leden, van wie één onderdaan van een lidstaat van de Europese Unie, één onderdaan van Chili en één onderdaan van een derde land is. De formatie wordt voorgezeten door het lid dat onderdaan van een derde land is.
**8.** De president van de Beroepsinstantie stelt bij toerbeurt de formatie van de Beroepsinstantie die het hoger beroep behandelt samen, en zorgt er daarbij voor dat de formaties willekeurig en onvoorspelbaar worden samengesteld, en dat alle leden gelijke kansen hebben om als lid van een formatie te fungeren.
**9.** De Beroepsinstantie stelt haar eigen werkwijzen vast, na overleg met de Partijen.
**10.** De leden van de Beroepsinstantie moeten te allen tijde en op korte termijn beschikbaar zijn en moeten zich op de hoogte houden van de andere activiteiten ter zake van de geschillenbeslechting in het kader van dit deel van deze overeenkomst.
**11.** Om hun beschikbaarheid te waarborgen, ontvangen de leden van de Beroepsinstantie een maandelijks voorschot en een dagvergoeding voor elke dag dat zij als lid fungeren; de hoogte daarvan wordt vastgesteld bij besluit van het Comité. De president van de Beroepsinstantie en in voorkomend geval de vicepresident ontvangen voor elke dag dat zij op grond van deze afdeling de functie van president van de Beroepsinstantie uitoefenen een dagvergoeding.
**12.** De bezoldiging van de leden van de Beroepsinstantie wordt door de Partijen betaald, rekening houdend met hun respectieve ontwikkelingsniveaus, op een rekening die wordt beheerd door het secretariaat van het Icsid. Betaalt één van de Partijen het voorschot niet, dan kan de andere Partij ervoor kiezen het voorschot zelf te betalen. Dergelijke achterstallige betalingen blijven verschuldigd, met passende rentevergoeding. Het Gemengd Comité herziet het bedrag en de verdeling van die vergoedingen regelmatig en kan relevante aanpassingen aanbevelen.
**13.** Bij besluit van het Gemengd Comité kunnen het voorschot en de dagvergoeding permanent worden omgezet in een reguliere bezoldiging. In dat geval fungeren de leden van de Beroepsinstantie voltijds en stelt het Gemengd Comité hun salaris en daarmee verband houdende organisatorische maatregelen vast. De leden van de Beroepsinstantie die een reguliere bezoldiging ontvangen, mogen geen beroepswerkzaamheid al dan niet tegen beloning verrichten, tenzij van dit lid door de president van de Beroepsinstantie bij uitzondering afwijking is toegestaan.
**14.** Het secretariaat van het Icsid treedt op als secretariaat voor de Beroepsinstantie en verleent het passende ondersteuning. De kosten voor die ondersteuning worden door de Beroepsinstantie overeenkomstig artikel 17.54, leden 5, 6 en 7, verdeeld over de partijen bij het geschil.
DEEL III › HOOFDSTUK 17 › AFDELING D › ONDERAFDELING 4
Artikel 17.35
Beroepsinstantie
Onderdeel van Geavanceerde Kaderovereenkomst tussen de Europese Unie en haar Lidstaten, enerzijds, en de Republiek Chili, anderzijds· Financieel en economisch recht