Naar hoofdinhoud

DEEL III › HOOFDSTUK 17 › AFDELING D › ONDERAFDELING 4

Artikel 17.36

Ethische code

Onderdeel van Geavanceerde Kaderovereenkomst tussen de Europese Unie en haar Lidstaten, enerzijds, en de Republiek Chili, anderzijds· Financieel en economisch recht

1. De rechters van het Gerecht en de leden van de Beroepsinstantie worden gekozen uit personen die alle waarborgen voor onafhankelijkheid bieden. Zij zijn niet verbonden aan enige overheid54) Voor alle duidelijkheid: het feit dat een persoon van de overheid een inkomen ontvangt, in het verleden voor de overheid heeft gewerkt of familiebanden heeft met een overheidsfunctionaris, betekent op zichzelf niet dat de persoon niet in aanmerking komt.. Zij aanvaarden geen instructies van enige overheid of organisatie in aangelegenheden met betrekking tot het geschil. Zij nemen niet deel aan de behandeling van geschillen die rechtstreeks of indirect tot een belangenconflict zouden kunnen leiden. Zij voldoen aan bijlage 17-I. Daarnaast treden zij na hun aanwijzing niet op als raadsman of als door een partij aangewezen deskundige of getuige in het kader van lopende of nieuwe investeringsgeschillen uit hoofde van deze of enige andere overeenkomst of intern rechtsstelsel. 2. Wanneer een partij bij het geschil van mening is dat een rechter van het Gerecht of een lid van de Beroepsinstantie niet aan de vereisten van lid 1 voldoet, zendt zij de president van het Gerecht of de president van de Beroepsinstantie, indien van toepassing, een bericht van wraking ten aanzien van de persoon die voorwerp is van de aanwijzing. Het bericht van wraking wordt verzonden binnen 15 dagen na de datum waarop de samenstelling van de formatie van het Gerecht of van de Beroepsinstantie is meegedeeld aan de partij bij het geschil, dan wel binnen 15 dagen na de datum waarop de partij bij het geschil kennis heeft gekregen van de relevante feiten indien die redelijkerwijs niet bekend konden zijn geweest op het tijdstip van de samenstelling van de formatie. In het bericht van wraking worden de gronden voor wraking vermeld. 3. Indien de gewraakte rechter van het Gerecht of het gewraakte lid van de Beroepsinstantie er binnen 15 dagen na de datum van het bericht van wraking voor kiest zijn functie in de formatie niet neer te leggen, neemt de president van het Gerecht, respectievelijk de president van de Beroepsinstantie al naar gelang van het geval, na de partijen bij het geschil te hebben gehoord en na de rechter van het Gerecht of het lid van de Beroepsinstantie in de gelegenheid te hebben gesteld opmerkingen in te dienen, binnen 45 dagen na ontvangst van het bericht van wraking een besluit en stelt hij de partijen bij het geschil en de andere rechters of leden van de formatie daarvan onmiddellijk in kennis. 4. Over de wraking van de president van het Gerecht als lid van een formatie beslist de president van de Beroepsinstantie, en omgekeerd. 5. De Partijen kunnen op grond van een met redenen omklede aanbeveling van de president van de Beroepsinstantie55) Deze aanbeveling doet geen afbreuk aan het vermogen van het Gemengd Comité om de aandacht van de president van de Beroepsinstantie te vestigen op het gedrag van een rechter van het Gerecht of een lid van de Beroepsinstantie dat onverenigbaar kan zijn met de in lid 1 genoemde verplichtingen en onverenigbaar kan zijn met hun lid blijven van het Gerecht of de Beroepsinstantie., bij besluit van het Comité, een lid van het Gerecht of van de Beroepsinstantie van zijn mandaat ontheffen wanneer zijn of haar gedrag in strijd is met de in lid 1 van dit artikel bedoelde verplichtingen en onverenigbaar is met de voortzetting van het mandaat van lid van het Gerecht of van de Beroepsinstantie. Indien het vermeende gedrag in kwestie uitgaat van de president van de Beroepsinstantie, doet de president van het Gerecht de met redenen omklede aanbeveling. Artikel 17.34, lid 2, en artikel 17.35, lid 2, zijn van overeenkomstige toepassing voor het opvullen van vacatures die op grond van dit lid ontstaan.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel