Naar hoofdinhoud

DEEL III › HOOFDSTUK 17 › AFDELING D › ONDERAFDELING 5

Artikel 17.53

Voeging

Onderdeel van Geavanceerde Kaderovereenkomst tussen de Europese Unie en haar Lidstaten, enerzijds, en de Republiek Chili, anderzijds· Financieel en economisch recht

1. Wanneer in twee of meer uit hoofde van deze afdeling afzonderlijk ingestelde vorderingen dezelfde rechtsvraag of feitelijke vraag aan de orde is en die vorderingen uit dezelfde gebeurtenissen of omstandigheden voortvloeien, kan de verweerder bij de president van het Gerecht een verzoek om voeging van die vorderingen of bepaalde onderdelen daarvan indienen. Het verzoek om voeging vermeldt: de naam en het adres van de partijen bij het geschil die de vorderingen hebben ingesteld in het kader waarvan om voeging wordt verzocht; het verzoek of onderdelen daarvan waarvoor om voeging wordt verzocht; en de gronden voor het verzoek om voeging. 2. De verweerder doet het verzoek ook toekomen aan elke eiser die een vordering heeft ingesteld waarvoor de verweerder om voeging verzoekt. 3. Wanneer alle partijen bij het geschil die de vorderingen hebben ingesteld waarvoor om voeging wordt verzocht, overeenstemming bereiken over de voeging van de vorderingen, dienen zij een gezamenlijk verzoek bij de president van het Gerecht in op grond van lid 1. Tenzij de president van het Gerecht vaststelt dat het verzoek kennelijk ongegrond is, vormt de president van het Gerecht binnen 30 dagen na ontvangst van het verzoek een nieuwe formatie (de „formatie die uitspraak doet over de voeging”) van het Gerecht op grond van artikel 17.34, die bevoegd is voor sommige of alle vorderingen, geheel of gedeeltelijk, waarop dat verzoek betrekking heeft. 4. Wanneer de in lid 3 van dit artikel bedoelde partijen bij het geschil niet binnen 30 dagen nadat de laatste eiser het in lid 1 bedoelde verzoek om voeging heeft ontvangen, overeenstemming over de voeging bereiken, stelt de president van het Gerecht op grond van artikel 17.34 een formatie samen die uitspraak over de voeging doet. De formatie die over de voeging uitspraak doet, neemt de bevoegdheid ten aanzien van sommige of alle vorderingen geheel of gedeeltelijk over indien zij, na de standpunten van de partijen bij het geschil in overweging te hebben genomen, ervan overtuigd is dat de op grond van artikel 17.30 ingediende vorderingen beide betrekking hebben op een rechtsvraag of feitelijke vraag die voortvloeit uit dezelfde gebeurtenissen of omstandigheden, en dat de voeging het beste het belang zou dienen van een eerlijke en efficiënte afwikkeling van de vorderingen, met inbegrip van het belang van consistente uitspraken. 5. Indien de eisers niet binnen 30 dagen na de datum van ontvangst van het verzoek om gevoegde behandeling door de laatste eiser overeenstemming hebben bereikt over de geschillenbeslechtingsregels die zijn vastgesteld in de lijst in artikel 17.30, lid 2, wordt de voeging van de vorderingen voorgelegd aan de voegingsformatie die uitspraak doet uit hoofde van de Uncitral-arbitragevoorschriften, met inachtneming van de regels van deze afdeling. 6. De op grond van artikel 17.34 samengestelde formaties van het Gerecht zijn niet langer bevoegd uitspraak te doen over vorderingen, of onderdelen daarvan, ten aanzien waarvan de formatie die uitspraak over de voeging doet bevoegd is, en de procedure bij die formaties wordt geschorst. De uitspraak van de formatie van het Gerecht die uitspraak over de voeging doet, over de onderdelen van de vorderingen ten aanzien waarvan zij zich bevoegd heeft verklaard, is voor de formaties die bevoegd zijn ten aanzien van de overige onderdelen van die vorderingen bindend vanaf de datum waarop de uitspraak op grond van artikel 17.56 definitief wordt. 7. Een eiser wiens vordering voorwerp van voeging is, kan zijn vordering, of het te voegen onderdeel ervan, intrekken uit de geschillenbeslechtingsprocedure uit hoofde van dit artikel en in dat geval kan die vordering of het onderdeel daarvan niet opnieuw worden ingediend op grond van artikel 17.30. 8. Op verzoek van de verweerder kan de formatie van het Gerecht die uitspraak doet over de voeging, op dezelfde grondslag en met hetzelfde gevolg als bedoeld in de leden 3 tot en met 6, bepalen of zij zich bevoegd verklaart om kennis te nemen van een onder lid 1 vallende vordering, of een onderdeel daarvan, die wordt ingesteld na de inleiding van de voegingsprocedure. 9. Op verzoek van een van de eisers kan de formatie van het Gerecht die uitspraak doet over de voeging, maatregelen nemen om het vertrouwelijke karakter van vertrouwelijke of beschermde informatie van die eiser ten opzichte van andere eisers te waarborgen. Die maatregelen kunnen onder meer inhouden dat bewerkte versies van documenten die vertrouwelijke of beschermde informatie bevatten, worden overgelegd aan de andere eisers, of dat de zitting gedeeltelijk achter gesloten deuren plaatsvindt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel