Naar hoofdinhoud

DEEL III › HOOFDSTUK 17 › AFDELING D › ONDERAFDELING 5

Artikel 17.54

Voorlopige uitspraak

Onderdeel van Geavanceerde Kaderovereenkomst tussen de Europese Unie en haar Lidstaten, enerzijds, en de Republiek Chili, anderzijds· Financieel en economisch recht

1. Indien het Gerecht tot de conclusie komt dat de verweerder een van de in artikel 17.25, lid 1, bedoelde, door de eiser aangevoerde bepalingen heeft geschonden, kan het Gerecht uitsluitend, op verzoek van de eiser en na de partijen bij het geschil te hebben gehoord, afzonderlijk dan wel in combinatie: een financiële schadevergoeding, vermeerderd met eventueel toepasselijke rente, toekennen; en de teruggave van eigendom gelasten; in dat geval wordt in de uitspraak bepaald dat de verweerder over de mogelijkheid beschikt om in plaats daarvan een financiële schadevergoeding te betalen, vermeerderd met eventueel toepasselijke rente, zoals bepaald overeenkomstig artikel 17.19. Wanneer de vordering is ingesteld namens een plaatselijk gevestigde onderneming, wordt in een uitspraak uit hoofde van dit lid bepaald dat: een eventuele financiële schadevergoeding met rente wordt betaald aan de plaatselijk gevestigde onderneming; een eventuele teruggave van eigendom geschiedt aan de plaatselijk gevestigde onderneming. Voor alle duidelijkheid: het Gerecht kan geen andere dan de in het eerste punt vermelde vormen van genoegdoening toekennen, noch de intrekking, beëindiging of wijziging van de betrokken maatregel of maatregelen gelasten. 2. De financiële schadevergoeding mag niet meer bedragen dan het verlies dat de eiser of, in voorkomend geval, de plaatselijk gevestigde onderneming heeft geleden door de schending van de bepalingen ter zake als bedoeld in artikel 17.25, lid 1, verminderd met de eventueel reeds door de betrokken Partij betaalde schadevergoeding of compensatie. Het Gerecht stelt die geldelijke schadevergoeding vast op basis van de opmerkingen van de partijen bij het geschil en gaat, indien van toepassing, na of er sprake is van medeschuld, van opzet of nalatigheid, dan wel niet-beperking van de schade. 3. Voor alle duidelijkheid: een investeerder uit een Partij die een vordering indient op grond van artikel 17.30 kan alleen de schade verhalen die hij heeft geleden als investeerder uit een Partij. 4. Het Gerecht kan geen punitieve schadevergoeding toekennen. 5. Het Gerecht verwijst de in het ongelijk gestelde partij bij het geschil in de kosten van de procedure. In uitzonderlijke omstandigheden kan het Gerecht, indien het zulks in de omstandigheden van het geval passend acht, de kosten over de partijen bij het geschil verdelen. 6. Het Gerecht verdeelt ook andere redelijke kosten, met inbegrip van de redelijke kosten van vertegenwoordiging en bijstand in rechte, die de in het ongelijk gestelde partij bij het geschil moet dragen wanneer het een vordering afwijst en uitspraak doet op grond van artikel 17.42 of 17.43. In andere omstandigheden bepaalt het Gerecht de verdeling van andere redelijke kosten, met inbegrip van de redelijke kosten van vertegenwoordiging en bijstand in rechte tussen de partijen bij het geschil, rekening houdend met de uitkomst van de procedure en andere relevante omstandigheden, zoals het gedrag van de partijen bij het geschil. 7. Wordt de vordering slechts op bepaalde onderdelen toegewezen, dan vindt de verwijzing in de kosten plaats naar evenredigheid van het aantal of de omvang van de onderdelen waarop de vordering is toegewezen. 8. De Beroepsinstantie beslist over de vaststelling en verdeling van de kosten overeenkomstig dit artikel. 9. Uiterlijk een jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst stelt het Gemengd Comité aanvullende voorschriften inzake honoraria vast teneinde een maximum te bepalen van de kosten in verband met vertegenwoordiging in rechte en rechtsbijstand die moeten worden gedragen door bepaalde categorieën in het ongelijk gestelde partijen bij een geschil, rekening houdend met hun financiële middelen. 10. Het Gerecht geeft een voorlopige uitspraak binnen 24 maanden na de datum waarop de vordering is ingesteld. Indien die termijn niet in acht kan worden genomen, stelt het Gerecht een besluit in die zin vast, waarin de partijen bij het geschil de redenen voor die vertraging worden meegedeeld en een vermoedelijke datum voor de uitspraak van de voorlopige uitspraak wordt vermeld.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel