Naar hoofdinhoud

DEEL III › HOOFDSTUK 32 › AFDELING B › ONDERAFDELING 6

Artikel 32.44

Reikwijdte van bescherming van bedrijfsgeheimen

Onderdeel van Geavanceerde Kaderovereenkomst tussen de Europese Unie en haar Lidstaten, enerzijds, en de Republiek Chili, anderzijds· Financieel en economisch recht

1. Wanneer zij haar verplichting tot naleving van de Trips-overeenkomst vervult, met name de leden 1 en 2 van artikel 39, voorziet elke Partij in passende civielrechtelijke procedures en maatregelen zodat de houder van een bedrijfsgeheim het verkrijgen, gebruiken of openbaar maken van een bedrijfsgeheim, wanneer dat geschiedt in strijd met eerlijke handelsgebruiken, kan voorkomen en er schadeloosstelling voor kan krijgen. 2. Voor de toepassing van deze onderafdeling wordt verstaan onder: „bedrijfsgeheim”: informatie die: geheim is in de zin dat zij, in haar geheel dan wel in de juiste samenstelling en ordening van de bestanddelen, niet algemeen bekend is bij of gemakkelijk toegankelijk voor personen binnen de kringen die zich gewoonlijk bezighouden met de desbetreffende soort informatie; handelswaarde bezit omdat zij geheim is; en door de persoon die rechtmatig over de informatie beschikt, is onderworpen aan, gezien de omstandigheden, redelijke maatregelen om die geheim te houden; „houder van het bedrijfsgeheim”: iedere natuurlijke persoon of rechtspersoon die rechtmatig over een bedrijfsgeheim beschikt. 3. Voor de toepassing van deze onderafdeling worden ten minste de volgende activiteiten beschouwd als in strijd met eerlijke handelsgebruiken: het verkrijgen van een bedrijfsgeheim zonder de instemming van de houder van een bedrijfsgeheim, wanneer dat geschiedt door ongeoorloofde toegang tot, toe-eigening van, of vermenigvuldiging van documenten, voorwerpen, materialen, stoffen of elektronische bestanden waarover de houder van het bedrijfsgeheim rechtmatig beschikt en die het bedrijfsgeheim bevatten of waaruit het bedrijfsgeheim kan worden afgeleid; het gebruiken of openbaar maken van een bedrijfsgeheim, wanneer dat geschiedt, zonder de instemming van de houder van het bedrijfsgeheim, door een persoon die blijkt te voldoen aan een van de volgende voorwaarden: het bedrijfsgeheim te hebben verworven op een manier als bedoeld in punt a); inbreuk te plegen op een geheimhoudingsovereenkomst of een andere verplichting tot het niet openbaar maken van het bedrijfsgeheim; of inbreuk te plegen op een contractuele of andere verplichting tot beperking van het gebruik van het bedrijfsgeheim; het verkrijgen, gebruiken of openbaar maken van een bedrijfsgeheim door een persoon die op het tijdstip van het verkrijgen, gebruiken of openbaar maken wist of, gezien de omstandigheden, had moeten weten dat het bedrijfsgeheim direct of indirect werd verkregen van een andere persoon die het bedrijfsgeheim op een onrechtmatige manier gebruikte of openbaar maakte in de zin van punt b). 4. Niets in deze onderafdeling mag aldus worden uitgelegd dat het een Partij ertoe verplicht een van de volgende activiteiten te beschouwen als in strijd met eerlijke handelsgebruiken: de ontdekking of creatie op onafhankelijke wijze van de relevante informatie door een persoon; het nabouwen van een product door een persoon die er rechtmatig in het bezit van is en die niet gebonden is aan een rechtsgeldige verplichting de verkrijging van de relevante informatie te beperken; het verkrijgen, gebruiken of openbaar maken van informatie die is vereist of toegestaan door de wetgeving van die Partij; of het gebruik door werknemers van ervaringen en vaardigheden die zij op eerlijke wijze tijdens de normale uitoefening van hun functie hebben opgedaan. 5. Niets in deze onderafdeling mag aldus worden uitgelegd dat het een beperking vormt van de vrijheid van meningsuiting en informatie, met inbegrip van mediavrijheid, zoals die wordt beschermd in elk van de Partijen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel