Naar hoofdinhoud

DEEL III › HOOFDSTUK 33 › AFDELING D

Artikel 33.21

Overleg

Onderdeel van Geavanceerde Kaderovereenkomst tussen de Europese Unie en haar Lidstaten, enerzijds, en de Republiek Chili, anderzijds· Financieel en economisch recht

1. Een Partij („de verzoekende Partij”) kan te allen tijde verzoeken om overleg met de andere Partij („de antwoordende Partij”) over elke aangelegenheid die verband houdt met de interpretatie of toepassing van dit hoofdstuk, door een schriftelijk verzoek in te dienen bij het contactpunt van de antwoordende Partij. In het verzoek worden de redenen voor het verzoek om overleg uiteengezet, met inbegrip van een voldoende specifieke beschrijving van het onderwerp in kwestie en de bepalingen van dit hoofdstuk die de verzoekende Partij van toepassing acht. 2. De antwoordende Partij verstrekt uiterlijk tien dagen na de datum van ontvangst van het verzoek een schriftelijk antwoord, tenzij met de verzoekende Partij anderszins is overeengekomen. 3. Het overleg tussen de Partijen begint uiterlijk 30 dagen na de datum van ontvangst van het verzoek door de antwoordende Partij, tenzij de Partijen anders overeenkomen. 4. Het overleg kan in persoon worden gehouden of via een technologisch hulpmiddel dat beschikbaar is voor de Partijen. Indien het overleg in persoon wordt gevoerd, vindt dat plaats op het grondgebied van de antwoordende Partij, tenzij de Partijen anders overeenkomen. 5. Tijdens het overleg: verstrekken de Partijen voldoende informatie om een volledig onderzoek van de aangelegenheid mogelijk te maken; en behandelen de Partijen alle tijdens het overleg uitgewisselde informatie vertrouwelijk. 6. De Partijen treden in overleg teneinde een voor beide Partijen bevredigende oplossing van de aangelegenheid te bereiken, rekening houdend met de mogelijkheden voor samenwerking met betrekking tot de aangelegenheid. Ten aanzien van aangelegenheden die verband houden met de in dit hoofdstuk bedoelde multilaterale overeenkomsten nemen de Partijen informatie in aanmerking van de IAO of van desbetreffende organen die in het kader van die overeenkomsten zijn opgericht. Indien relevant kunnen de Partijen overeenkomen advies in te winnen bij dergelijke organisaties of instanties of andere deskundigen of instanties die zij geschikt achten om hen bij het overleg bij te staan. 7. Indien de Partijen er niet in slagen de aangelegenheid op te lossen binnen 60 dagen na de indiening van het schriftelijk verzoek om overleg op grond van lid 1, kan elke Partij door indiening van een schriftelijk verzoek bij het contactpunt van de andere Partij, verzoeken dat het subcomité wordt bijeengeroepen om de kwestie te onderzoeken. Het subcomité komt onverwijld bijeen en probeert overeenstemming te bereiken over een oplossing van de aangelegenheid. 8. Elke Partij of het op grond van lid 7 van dit artikel bijeengeroepen subcomité kan, waar passend, de standpunten van de in artikel 40.6 bedoelde interne raadgevende groepen of ander deskundig advies inwinnen. 9. Als de Partijen de aangelegenheid kunnen oplossen, documenteren zij het resultaat, inclusief, waar passend, specifieke stappen en tijdschema’s die zijn overeengekomen. De Partijen maken het resultaat toegankelijk voor het publiek, tenzij zij anders overeenkomen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel