Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK I

Artikel 3

Toepassingsgebied

Onderdeel van Kaderverdrag van de Raad van Europa over artificiële intelligentie en de mensenrechten, de democratie en de rechtsstaat· Internationaal publiekrecht

1. Het toepassingsgebied van dit verdrag omvat de activiteiten binnen de levenscyclus van AI-systemen die de mensenrechten, de democratie en de rechtsstaat kunnen schenden, als volgt: elke partij past dit verdrag toe op de activiteiten binnen de levenscyclus van AI-systemen die door overheidsinstanties of door namens hen optredende particuliere partijen worden verricht; voor de risico’s en de gevolgen die voortvloeien uit de activiteiten binnen de levenscyclus van AI-systemen door particuliere partijen voor zover deze niet onder a) vallen, volgt elke partij een aanpak die conform het onderwerp en het doel van dit verdrag is. Elke partij specificeert in een verklaring die bij de ondertekening of de neerlegging van haar akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding bij de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa wordt ingediend, hoe de partij voornemens is deze verplichting uit te voeren: hetzij door de beginselen en de verplichtingen van de hoofdstukken II tot en met VI van dit verdrag op de activiteiten van particuliere partijen toe te passen hetzij door andere passende maatregelen te treffen om aan deze verplichting te voldoen. De partijen kunnen hun verklaringen te allen tijde en op dezelfde wijze wijzigen. Bij de uitvoering van deze verplichting mag een partij niet afwijken of de toepassing beperken van haar internationale verplichtingen ter bescherming van de mensenrechten, de democratie en de rechtsstaat. 2. Een partij is niet verplicht dit verdrag toe te passen op activiteiten binnen de levenscyclus van AI-systemen die met de bescherming van haar nationale veiligheidsbelangen verband houden, met dien verstande dat die activiteiten stroken met het toepasselijke internationale recht, waaronder de internationaalrechtelijke verplichtingen inzake de mensenrechten, en de democratische instellingen en processen in acht nemen. 3. Onverminderd artikel 13 en artikel 25, lid 2, is dit verdrag niet van toepassing op onderzoeks- en ontwikkelingsactiviteiten met betrekking tot nog niet voor gebruik beschikbaar gestelde AI-systemen, tenzij testen of soortgelijke activiteiten worden uitgevoerd op een wijze die de mensenrechten, de democratie en de rechtsstaat kunnen schenden. 4. Aangelegenheden welke betrekking hebben op de nationale verdediging vallen niet binnen het toepassingsgebied van dit verdrag.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel