**1.** Iedere Partij neemt op verzoek van de andere Partij en zonder andere formaliteiten dan die welke in deze Overeenkomst zijn genoemd, elke onderdaan van een derde Staat of staatloze persoon over op haar grondgebied die niet of niet meer voldoet aan de voorwaarden voor verblijf op het grondgebied van de verzoekende Staat, wanneer kan worden aangetoond, of op basis van prima facie bewijs aannemelijk kan worden gemaakt dat deze:
in het bezit is van een geldige verblijfstitel afgegeven door de aangezochte Staat, of
in het bezit is van een geldig visum, anders dan een transitvisum, afgegeven door de aangezochte Staat, of
bij binnenkomst op het grondgebied van de verzoekende Staat in het bezit was van een geldige verblijfstitel of een geldig visum, anders dan een transitvisum, afgegeven door de aangezochte Staat, of
het grondgebied van de verzoekende Staat is binnengekomen nadat hij het grondgebied van de aangezochte Staat is doorgereisd of aldaar heeft verbleven.
**2.** De in het eerste lid bedoelde overnameplicht is niet van toepassing wanneer de verzoekende Staat aan de onderdaan van een derde Staat of staatloze persoon, vóór of na binnenkomst op het grondgebied van de verzoekende Staat, een visum, anders dan een transitvisum, of verblijfstitel heeft afgegeven met een langere geldigheidsduur dan die van het visum of de verblijfstitel die door de aangezochte Staat is afgegeven.
HOOFDSTUK II
Artikel 3
Overname van onderdanen van een derde Staat en staatloze personen
Onderdeel van Overeenkomst tussen de Benelux-Staten (het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg, het Koninkrijk der Nederlanden) en Belize inzake de terug- en overname van personen die onregelmatig op het grondgebied verblijven (terug- en overnameovereenkomst)· Migratierecht