**1.** Elke Partij neemt op verzoek van de andere Partij en zonder verdere formaliteiten, andere dan bedoeld in deze Overeenkomst, elke persoon op haar grondgebied terug of over die niet of niet meer voldoet aan de voorwaarden voor binnenkomst of verblijf op het grondgebied van de Verzoekende Partij, mits er kan worden aangetoond, of aannemelijk kan worden gemaakt op basis van een begin van bewijs, dat de persoon de nationaliteit van de Aangezochte Partij heeft.
**2.** De terugnameplicht uit lid 1 geldt ook voor een persoon die na binnenkomst op het grondgebied van de Verzoekende Partij de nationaliteit van de Aangezochte Partij heeft verloren of er afstand van heeft gedaan, tenzij die persoon ten minste een naturalisatietoezegging van de Verzoekende Partij heeft ontvangen.
**3.** Elke Partij neemt ook de volgende personen terug en over:
minderjarige kinderen van de in lid 1 van dit artikel vermelde personen, ongeacht hun geboorteplaats of nationaliteit, tenzij zij een zelfstandig verblijfsrecht voor het grondgebied van de Verzoekende Partij hebben. De Partijen houden rekening met de belangen van het minderjarige kind voordat ze de terugname aanvragen.
echtgenoten van de personen vermeld in lid 1 van dit artikel die een andere nationaliteit bezitten, mits zij het recht hebben of krijgen om op het grondgebied van de Aangezochte Partij binnen te komen en/of permanent te verblijven, tenzij zij een zelfstandig verblijfsrecht voor het grondgebied van de Verzoekende Partij hebben.
**4.** Op verzoek van de Verzoekende Partij, en conform de bepalingen van artikel 7, lid 5, verstrekt de Aangezochte Partij onverwijld de met het oog op de teruggeleiding van de terug of over te nemen personen vereiste reisdocumenten.
DEEL II
Artikel 2