Naar hoofdinhoud
1. Interest afkomstig uit een verdragsluitende staat en betaald aan een inwoner van de andere verdragsluitende staat, mag in die andere staat worden belast. 2. Deze interest mag echter ook in de verdragsluitende staat waaruit hij afkomstig is overeenkomstig de wetgeving van die staat worden belast, maar indien de uiteindelijk gerechtigde tot de interest een inwoner van de andere verdragsluitende staat is, mag de aldus geheven belasting niet overschrijden: 10 percent van het brutobedrag van de interest indien die wordt ontvangen door een financiële instelling (met inbegrip van een verzekeringsmaatschappij); 15 percent van het brutobedrag van de interest in overige gevallen. 3. De bevoegde autoriteiten van de verdragsluitende staten kunnen in onderlinge overeenstemming de wijze van toepassing van het tweede lid regelen. 4. Niettegenstaande de bepalingen van het eerste en tweede lid, is interest afkomstig uit een verdragsluitende staat en betaald aan de regering van de andere verdragsluitende staat vrijgesteld van belasting in de eerstgenoemde verdragsluitende staat. Voor de toepassing van deze paragraaf wordt onder de uitdrukking „regering” verstaan: in het geval van Thailand:, de regering van het Koninkrijk Thailand en omvat mede: de Bank of Thailand; de Export-Import Bank of Thailand; de Government Saving Bank; de Government Housing Bank; elk ministerie of onderdeel daarvan; elke lokale autoriteit; elke rechtspersoon die volledig toebehoort aan de regering van het Koninkrijk Thailand; elke instelling zoals van tijd tot tijd door de verdragsluitende staten kan worden overeengekomen; en elk erkend pensioenfonds dat gereguleerd wordt door de regering van het Koninkrijk Thailand of de staatkundige onderdelen daarvan, zoals overeengekomen door de bevoegde autoriteiten van de verdragsluitende staten; in het geval van Nederland, de regering van het Koninkrijk der Nederlanden en omvat mede: De Nederlandsche Bank (Centrale Bank); elk ministerie of onderdeel daarvan; elke lokale autoriteit; elke rechtspersoon die toebehoort aan of wordt beheerst door de regering van het Koninkrijk der Nederlanden; elke instelling zoals van tijd tot tijd door de bevoegde autoriteiten van de verdragsluitende staten vastgesteld; en elk erkend pensioenfonds dat gereguleerd wordt door de regering van het Koninkrijk der Nederlanden of de staatkundige onderdelen daarvan, zoals overeengekomen door de bevoegde autoriteiten van de verdragsluitende staat. 5. De uitdrukking „interest”, zoals gebezigd in dit artikel, betekent inkomen uit schuldvorderingen van welke aard ook, al dan niet verzekerd door hypotheek en al dan niet aanspraak gevend op een aandeel in de winst van de schuldenaar, en in het bijzonder inkomen uit overheidsleningen en inkomen uit obligaties of schuldbewijzen, waaronder begrepen de aan dergelijke leningen, obligaties of schuldbewijzen verbonden premies en prijzen alsmede inkomen dat door de belastingwetgeving van de verdragsluitende staat waaruit het inkomen afkomstig is, met inkomen uit geldlening wordt gelijkgesteld. Opgelegde boetes voor te late betaling worden voor de toepassing van dit artikel niet als interest aangemerkt. 6. De bepalingen van het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing indien de uiteindelijk gerechtigde tot de interest, die inwoner is van een verdragsluitende staat, in de andere verdragsluitende staat waaruit de interest afkomstig is, een bedrijf uitoefent door middel van een aldaar gelegen vaste inrichting of in die andere staat zelfstandige arbeid verricht vanuit een aldaar gelegen vast middelpunt, en de schuldvordering uit hoofde waarvan de interest wordt betaald, tot het vermogen van die vaste inrichting of dat vaste middelpunt behoort. In dat geval zijn, naargelang van het geval, de bepalingen van artikel 7 of artikel 14 van toepassing. 7. Interest wordt geacht uit een verdragsluitende staat afkomstig te zijn indien deze wordt betaald door een inwoner van die staat. Indien evenwel de persoon die de interest betaalt, of hij inwoner van een verdragsluitende staat is of niet, in een verdragsluitende staat een vaste inrichting of een vast middelpunt heeft, waarvoor de schuld ter zake waarvan de interest wordt betaald, was aangegaan, en deze interest ten laste komt van die vaste inrichting of van dat vaste middelpunt, wordt deze interest geacht afkomstig te zijn uit de staat waar de vaste inrichting of het vaste middelpunt gelegen is. 8. Indien, wegens een bijzondere verhouding tussen de schuldenaar en de uiteindelijk gerechtigde of tussen hen beiden en een derde, het bedrag van de interest, gelet op de schuldvordering ter zake waarvan deze wordt betaald, hoger is dan het bedrag dat zonder een dergelijke verhouding door de schuldenaar en de uiteindelijk gerechtigde zou zijn overeengekomen, zijn de bepalingen van dit artikel slechts op het laatstbedoelde bedrag van toepassing. In dat geval blijft het daarboven uitgaande deel van het betaalde bedrag belastbaar overeenkomstig de wetgeving van elk van de verdragsluitende staten, waarbij zorgvuldig rekening wordt gehouden met de overige bepalingen van dit Verdrag.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel