Naar hoofdinhoud

TITEL IV › HOOFDSTUK 12 › AFDELING 5 › ONDERAFDELING E

Artikel 233

Toepassingsgebied en verplichtingen

Onderdeel van Versterkte Partnerschaps- en Samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Oezbekistan, anderzijds· Financieel en economisch recht

1. Dit artikel bevat de beginselen voor de liberalisering van diensten met betrekking tot internationaal zeevervoer. 2. Voor de toepassing van deze afdeling omvat „internationaal zeevervoer” multimodaal vervoer van deur tot deur, zijnde het vervoer van goederen met behulp van meer dan één wijze van vervoer dat ten dele over zee plaatsvindt, met één enkel vervoersdocument, en in verband daarmee ook het recht voor internationale zeevervoerders rechtstreeks contracten te sluiten met aanbieders van andere wijzen van vervoer. 3. Met betrekking tot de in lid 4 genoemde activiteiten die door scheepvaartmaatschappijen worden ondernomen voor diensten in verband met internationaal zeevervoer, staat elke Partij aan de rechtspersonen van de andere Partij toe om op haar grondgebied een vestiging te hebben in de vorm van dochterondernemingen of filialen, onder voorwaarden van vestiging en exploitatie die niet minder gunstig zijn dan die welke zij aan haar eigen rechtspersonen of aan dochterondernemingen of filialen van rechtspersonen uit derde landen toekent, indien deze laatste gunstiger zijn. 4. De activiteiten waarop lid 3 betrekking heeft, zijn onder andere: het op de markt brengen en de verkoop van maritieme vervoersdiensten en aanverwante diensten door rechtstreekse contacten met klanten, van prijsopgave tot facturering; aankoop en wederverkoop van alle vervoersdiensten en aanverwante diensten, met inbegrip van diensten, met betrekking tot het vervoer over binnenwateren, die voor een intermodale dienstverlening vereist zijn; voorbereiding van documentatie betreffende vervoersdocumenten, douanedocumenten of andere documenten in verband met de oorsprong en de aard van de vervoerde goederen; het verschaffen van handelsinformatie op iedere mogelijke wijze, onder meer door middel van geautomatiseerde informatiesystemen en systemen voor elektronische gegevensuitwisseling, met inachtneming van alle niet-discriminatoire beperkingen op het telecommunicatieverkeer; het sluiten van enigerlei handelsovereenkomst met andere scheepvaartmaatschappijen; en het optreden namens rechtspersonen, onder andere door het organiseren van de afroep van aanvragen om scheepsruimte of, indien nodig, het overnemen van vracht. 5. Gezien het huidige niveau van de liberalisering tussen de Partijen op het gebied van het internationale zeevervoer: past elke Partij het beginsel van onbeperkte toegang tot de internationale markten op commerciële en niet-discriminerende grondslag toe; en kent elke Partij aan vaartuigen die de vlag voeren van de andere Partij, of worden geëxploiteerd door dienstverleners uit de andere Partij, een niet minder gunstige behandeling toe dan die welke zij aan haar eigen vaartuigen of aan die van een derde land toekent indien deze behandeling gunstiger is, voor, onder meer, de toegang tot havens, het gebruik van infrastructuur en havendiensten, het gebruik van hulpdiensten voor zeevervoer, evenals de daarmee verband houdende vergoedingen en heffingen, douanediensten en de toewijzing van aanlegplaatsen en laad- en losinstallaties. 6. Bij de toepassing van de in dit artikel beschreven beginselen geldt het volgende: de Partijen mogen in toekomstige overeenkomsten met derde landen geen vrachtverdelingsregelingen opnemen met betrekking tot zeevervoerdiensten, met inbegrip van het vervoer van droge en vloeibare bulkladingen en het lijnverkeer, en moeten dergelijke vrachtverdelingsregelingen wanneer zij in vroegere overeenkomsten voorkomen, binnen een redelijke termijn beëindigen; en de Partijen heffen alle unilaterale maatregelen en administratieve, technische en andere belemmeringen op die een verkapte beperking kunnen vormen of een discriminerend effect kunnen hebben op het vrij verrichten van internationale zeevervoersdiensten, en zij zien af van invoering ervan. 7. Elke Partij geeft verleners van internationale zeevervoersdiensten uit de andere Partij op redelijke en niet-discriminerende voorwaarden toegang tot de volgende havendiensten: loodsen, hulp van duw- en sleepboten, bevoorrading, brandstof- en waterlevering, ophalen en verwerking van afval en ballastwater, kapiteinsdiensten, navigatiehulp, faciliteiten voor noodreparaties, verankering en aan- en afmeren, alsmede diensten vanaf de wal die essentieel zijn voor het functioneren van een schip, waaronder communicatie, water- en elektriciteitsvoorzieningen.

Rechtspraak bij dit artikel