Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4. › Afdeling 3.

Artikel 4:10

Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening

1.. Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag een houtopstand te vellen of te doen vellen. 2.. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor: Bomen binnen de bebouwde kom voor zover ze niet voorkomen op de door het college vastgestelde lijst van kapvergunningsplichtige bomen binnen de bebouwde kom; Coniferen, dennen, ceders, larixen, niet-geknotte wilgen, niet geknotte populieren, lijsterbessen, sierkersen, sierappels en sierperen buiten de bebouwde kom; Berken, elzen en meidoorns buiten de bebouwde kom voorzover ze geen onderdeel uitmaken van een rijbeplanting van meer dan vijf bomen of een singelbeplanting van minimaal 2,5 meter breed en 5 meter lang; Vruchtbomen en windschermen om boomgaarden; Fijnsparren, niet ouder dan 12 jaar, die als kerstbomen worden geteeld op daarvoor in het bijzonder bestemde terreinen; kweekgoed; houtopstand die bij wijze van dunning moet worden geveld; houtopstand die deel uitmaakt van als zodanig bij het Bosschap geregistreerde bosbouwondernemingen en gelegen is buiten een bebouwde kom, tenzij de houtopstand een zelfstandige eenheid vormt die ofwel geen grotere oppervlakte beslaat dan 10 are (1.000 m2); ofwel bestaat uit een rijbeplanting van niet meer dan 20 bomen, gerekend over het totale aantal rijen; ofwel geveld moet worden krachtens de Plantenziektewet of krachtens een aanschrijving of op last van het college, zulks onverminderd het bepaalde in artikel 4:14. 3.. De in artikel 4:10, lid 2, sub a, bedoelde lijst wordt minimaal één maal per vijf jaar door het college geactualiseerd, voor het eerst uiterlijk 1 december 2010.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel