Indien het niet, niet tijdig of niet behoorlijk nakomen van de inlichtingenplicht bedoeld in artikel 13 van de IOAW en artikel 13 van de IOAZ niet heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag verlenen van een uitkering, bedraagt de maatregel, onverminderd artikel 3, derde lid, tien procent van de grondslag gedurende één maand. Onder tijdig wordt in dit verband verstaan binnen twee weken nadat de betrokkene redelijkerwijs kennis heeft kunnen nemen van de betreffende omstandigheid die gevolgen kan hebben voor de bijstandsverlening.
Met een besluit waarmee een maatregel is opgelegd wordt gelijkgesteld het geven van een schriftelijke waarschuwing zoals bedoeld in artikel 6, vijfde lid.
De hoogte van de maatregel zoals bedoeld in het eerste lid wordt verdubbeld indien de belanghebbende zich binnen twaalf maanden na de vaststelling van een verwijtbare gedraging opnieuw schuldig maakt aan eenzelfde als verwijtbaar aan te merken gedraging. Hierbij wordt in eerste instantie de hoogte (percentage) verdubbeld. Indien dit niet mogelijk is, wordt de duur van de maatregel verdubbeld. Met een besluit waarmee een maatregel is opgelegd wordt gelijkgesteld het besluit om daarvan af te zien op grond van dringende reden, bedoeld in artikel 6, derde lid.
4.In die gevallen dat de betrokkene zich binnen een periode van 12 maanden na vaststelling van een vorige verwijtbare gedraging voor een derde of volgende keer schuldig maakt aan dezelfde verwijtbare gedraging wordt de laatst opgelegde maatregel verdubbeld. Daarbij wordt in eerste instantie de hoogte van de maatregel verdubbeld. Is dit niet mogelijk dan wordt de duur van de eerder opgelegde maatregel verdubbeld.
Hoofdstuk 3:
Artikel 11:
het verstrekken van onjuiste of onvolledige inlichtingen, het niet of niet tijdig verstrekken van inlichtingen zonder gevolgen voor hoogte van de uitkering.
Onderdeel van Maatregelverordening IOAW