**1..** Indien de belanghebbende de inlichtingenplicht zoals bedoeld in artikel 13 van de IOAW of artikel 13 van de IOAZ niet, niet tijdig of niet behoorlijk is nagekomen door geen, onjuiste of onvolledige inlichtingen te verstrekken, en er is als gevolg daarvan ten onrechte een uitkering verstrekt, wordt een maatregel opgelegd, tot een maximumbedrag van € 2269,00. De maatregel als bedoeld in dit artikel, wordt vastgesteld op 10% van het benadelingsbedrag met een minimum van € 50,00. Onder tijdig wordt in dit verband verstaan binnen twee weken nadat de betrokkene redelijkerwijs kennis heeft kunnennemen van de betreffende omstandigheid die gevolgen kan hebben voor de bijstandsverlening.
**2..** De maatregel, zoals bedoeld in het eerste lid, wordt gerealiseerd door een herziening van het recht op een uitkering, zoals bedoeld in artikel 17, derde lid onderdeel a van de IOAW en artikel 17, derde lid onderdeel a van de IOAZ. Indien deze maatregel niet of niet volledig kan worden geëffectueerd door de herziening van het recht op een uitkering, wordt dit gerealiseerd door het verlagen van de eerstvolgende uitbetaling van de grondslag, waarbij betrokkene steeds dient te beschikken over de beslagvrije voet zoals bedoeld in artikel 475c tot en met e van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
**3..** Indien de belanghebbende binnen één jaar nadat een maatregel is opgelegd als bedoeld in dit artikel de inlichtingenplicht opnieuw schendt wordt het bedrag van de maatregel met 50% verhoogd. De minimale hoogte van de maatregel bedraagt in dit geval € 75,00. Met een besluit waarmee een maatregel is opgelegd wordt gelijkgesteld het besluit om daarvan af te zien, zoals bedoeld in artikel 6, vijfde lid.
**4..** Een maatregel wordt niet opgelegd zolang het Openbaar Ministerie een aangifte ter zake van een strafbaar feit onderzoekt, verband houdend met het niet nakomen van de verplichting op grond van artikel 13 van de wet.
**5..** Een maatregel blijft definitief achterwege als ter zake van de aangifte tegen de belanghebbende een strafvervolging is ingesteld en het onderzoek ter terechtzitting een aanvang heeft genomen, dan wel het recht tot strafvervolging is vervallen ingevolge artikel 74 van het Wetboek van Strafrecht.
Hoofdstuk 3:
Artikel 12:
het verstrekken van onjuiste of onvolledige inlichtingen, of het niet of niet tijdig verstrekken van inlichtingen, met gevolgen voor de hoogte van de uitkering.
Onderdeel van Maatregelverordening IOAW