Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1.

Artikel 5:

het horen van de belanghebbende

Onderdeel van Maatregelverordening IOAW

Voordat een maatregel wordt opgelegd, wordt de belanghebbende in de gelegenheid gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen. Het horen van de belanghebbende kan achterwege gelaten worden indien: a.. de vereiste spoed zich daartegen verzet; of, b.. de belanghebbende reeds eerder in de gelegenheid is gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen en zich sindsdien geen nieuwe feiten of omstandigheden hebben voorgedaan; of, c.. de belanghebbende niet heeft voldaan aan een verzoek van het college of van een derde aan wie het college, in het kader van de uitvoering van de hoofdstuk III van de IOAW en IOAZ, werkzaamheden in het kader van de wet heeft uitbesteed, om binnen de gestelde termijn inlichtingen te verstrekken als bedoeld in artikel 13 van de IOAW of artikel 13 van de IOAZ; of d.. het college het horen niet nodig acht voor het vaststellen van de ernst van de gedraging of de mate van verwijtbaarheid; of, e.. het gedrag van de betrokkene op basis waarvan een maatregel wordt opgelegd, behoort tot de in artikel 10 van deze verordening genoemde eerste categorie; of, f.. er sprake is van een ernstige misdraging door de betrokkene zoals bedoeld in artikel 13.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel