Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1.

Artikel 6:

afzien van het opleggen van een maatregel

Onderdeel van Maatregelverordening IOAW

1.Het college ziet af van het opleggen van een maatregel indien: a.. elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt; of b.. de gedraging meer dan één jaar voor de constatering van de gedraging heeft plaatsgevonden, tenzij de gedraging een schending van de inlichtingenplicht inhoudt en als ten gevolge van die gedraging ten onrechte een uitkering is verleend. Een maatregel wegens schending van de inlichtingenplicht wordt niet opgelegd na verloop van vijf jaar nadat de betreffende gedraging is geconstateerd. Het college kan afzien van een maatregel indien het daarvoor dringende redenen aanwezig acht. Indien het college afziet van het opleggen van een maatregel op grond van dringende redenen, wordt de belanghebbende daarvan schriftelijk in kennis gesteld. Indien sprake is van een gedraging zoals bedoeld in artikel 12 kan het college afzien van het opleggen van een maatregel en volstaan met het geven van een waarschuwing, tenzij het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting plaatsvindt binnen een periode van één jaar te rekenen vanaf de datum waarop eerder aan belanghebbende een waarschuwing is gegeven.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel