**1.** Voor de vaststelling van het recht op een bijdrage is vereist dat de rechthebbende als bedoeld in artikel 1 lid 1 ten behoeve van zichzelf, zijn partner en/of minderjarig(e) kind(eren), kosten heeft (gehad) in verband met het deelnemen aan het maatschappelijke verkeer in de vorm van sociaal-culturele en/of educatieve activiteiten.
**2.** Het recht op een bijdrage wordt jaarlijks beoordeeld en vangt aan op de peildatum.
**3.** Wanneer er tijdens het jaar recht op een bijdrage ontstaat of verloren gaat bestaat maximaal voor een half jaar recht op de bijdrage. De halfjaarlijkse periodes lopen van 1 juli tot en met 31 december en van 1 januari tot en met 30 juni.
Hoofdstuk 1
Artikel 8
Recht op een tegemoetkoming
Onderdeel van Beleidsregel bijdrage sociaal-culturele en educatieve activiteiten minima