Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 1

Hypotheek en pand

Onderdeel van Regeling bijstand en eigen woning

1.. Indien voor de belanghebbende als bedoeld in artikel 50, lid 1, van de Wet werk en bijstand recht op bijstand bestaat en deze bijstand wordt verstrekt in de vorm van een geldlening als bedoeld in het tweede lid van artikel 50 van genoemde wet, wordt de geldlening toegekend onder verband van hypotheek. 2.. Indien bijzondere bijstand wordt verleend, kunnen burgemeester en wethouders, indien wordt voldaan aan de in artikel 50, tweede lid, van de Wet werk en bijstand genoemde voorwaarden, deze bijstand verstrekken in de vorm van een geldlening onder verband van hypotheek, tenzij de belanghebbende recht heeft op een uitkering als bedoeld in artikel 8, tweede lid, van de Wet inkomensvoorziening kunstenaars. 3.. Indien vestiging van een hypotheek niet mogelijk is, wordt ter zekerheidsstelling van de geldlening een pandovereenkomst opgesteld. Van de pandovereenkomst wordt akte opgemaakt, waarna deze wordt geregistreerd bij de Inspecteur der Registratie en Successie van de Belastingdienst of bij de notaris. 4.. Het eerste en het tweede en derde lid zijn niet van toepassing op de zelfstandige.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel