Op 1 januari 2005 is de Wet op de Jeugdzorg in werking getreden. De provincie is wettelijk verantwoordelijk voor het bieden van jeugdzorg aan kinderen en jeugdigen bij wie zich ernstige opgroei-en opvoedproblemen voordoen die de draagkracht van het gezin te boven gaan (o.a. uitvoering geven aan gerechtelijke uitspraken over uithuisplaatsingen) De praktijk leert dat de aansluiting op de jeugdzorg bepaald niet vanzelfsprekend is. Gemeenten hebben als taak ernstige problemen zoveel mogelijk te voorkomen of te voorkomen dat de problematiek groter wordt (de preventieve jeugdzorg)
De gemeente dient te zorgen voor een lokaal, bij de regionale jeugdzorg aansluitend aanbod van opvoed-, opgroei- en gezinsondersteuning waar ouders, andere opvoeders, kinderen en jeugdigen gebruik van kunnen maken. Het aanbod is echter georganiseerd in een groot aantal specialismen verdeeld over vele instellingen. Deze worden gefinancierd uit verschillende bronnen, hetgeen versnippering van belangen in de hand werkt. In de uitvoering zien we hierdoor af en toe lange trajecten, wachttijden en nogal eens worden mensen van kastjes naar muren gestuurd.
Het lokale jeugdbeleid moet minimaal de volgende vijf functies vervullen (in samenhang en toegankelijk voor de burger).
1.Informatie en advies
Bij deze functie gaat het zowel om ongevraagde informatie over opvoeden en opgroeien als om het beantwoorden van specifieke vragen van ouders en jeugdigen. Voor zowel ouders als jeugdigen is een groot assortiment algemene opvoedingsvoorlichting beschikbaar bijvoorbeeld via de media, de bibliotheek en het internet. De rol van de gemeente kan beperkt blijven tot het opsporen van lacunes in het algemene voorlichtingsaanbod, gelet op de lokale informatiebehoefte. Omdat met openbaar voorlichtingsmateriaal niet alle burgers bereikt worden ondersteunt Bloemendaal de opvoedwinkel, waar specifieke vragen beantwoord kunnen worden. Door deze winkel worden ook oudercursussen georganiseerd. Het consultatieburo van de Thuiszorg vervult deze functie voor de allerjongsten. Voor jongeren zijn er op school vaak voorlichtingsprogramma’s over specifieke onderwerpen, zoals pesten en misbruik van genotmiddelen.
2.Signaleren
Hierbij gaat het om vroegtijdig signaleren van problemen van jeugdigen en opvoeders, ook als de betrokkenen die problemen zelf wellicht (nog) niet goed onderkennen. Hierbij is ook aandacht voor beginnende delinquentie op zijn plaats. Beroepskrachten van algemene voorzieningen, vooral in de jeugdgezondheidszorg, het peuterspeelzaalwerk, het onderwijs en de politie(wijkagenten) komen in hun dagelijks werk tal van probleemsituaties tegen.
3.Toegang en toeleiding tot het (gemeentelijk) hulpaanbod
Nadat een vraag of probleem is gesignaleerd, hetzij door een jeugdige of een ouder, hetzij door anderen moet men met zijn informatie of signaal ergens naar toe kunnen. Dit vereist in de eerste plaats dat het ondersteunings- en zorgaanbod inzichtelijk is. Een handig hulpmiddel hierbij is een “sociale kaart” van alle beschikbare vormen van opvoed-en opgroeihulp.
De toegang tot het gemeentelijk hulpaanbod en lichte pedagogische hulp door bijvoorbeeld de Opvoedwinkel blijkt niet altijd voldoende en zo ook de coördinatie van hulp niet. De jeugdgezondheidszorg, het maatschappelijk werk en het zorgaanbod op de scholen kunnen hierin (gezamenlijk en afgestemd op elkaar en op de vrager) een grotere rol spelen.
4.Pedagogische hulp.
Dit betreft kortdurende advisering en lichte hulpverlening op momenten dat de opvoeding dreigt te stagneren en extra ondersteuning voor risicogezinnen nodig is. Pedagogische hulp bestaat in veel verschillende vormen. Voor ouders zijn er vaak pedagogische spreekuren, meestal in het kader van de jeugdgezondheidszorg. Belangrijk is dat ouders daar terecht kunnen, ongeacht de leeftijd van de kinderen. Ook het algemeen maatschappelijk werk biedt pedagogische hulp. Van belang is dat jeugdigen uit de gemeente zo nodig kunnen deelnemen aan projecten voor (beginnende) delinquenten. Een goed aanbod van pedagogische hulp houdt rekening met de diversiteit aan doelgroepen in de lokale gemeenschap.
5.Coördineren van zorg in het gezin op lokaal nivo (gezinscoach)
Hierbij gaat het om hulp aan gezinnen met meervoudige problematiek. Deze gezinnen hebben te maken met diverse instanties en hulpverleners, bijvoorbeeld in verband met schuldsanering, huisvesting en problemen op school. Vaak hebben de betrokken gezinnen weerstanden tegen professionele hulpverlening.
Het Provinciaal Bestuurlijk Overleg Jeugd en het Platform Jeugd Zuid-Kennemerland.
In 2004 is het Provinciaal Bestuurlijk Overleg Jeugd (PBOJ) in het leven geroepen, bestaande uit de provincie en (regio vertegenwoordigende) portefeuillehouders jeugdbeleid. Doel van het PBOJ is het leveren van een bijdrage aan de verbetering van de aansluiting tussen het lokale jeugdbeleid in de regio’s en de provinciale jeugdzorg. Aan de regio’s is in dit kader verzocht een plan te presenteren gericht op de verbetering van deze aansluiting. Haarlem, Heemstede, Bennebroek, Zandvoort, Haarlemmerliede en Bloemendaal hebben de opdracht gekregen om de regionale samenhang in het aanbod te versterken met oog voor het benodigde maatwerk per gemeente. De mogelijkheden tot afstemming in werkwijze en aanbod worden uitgewerkt door het Regionale Platform Jeugd Zuid-Kennemerland, welk platform op 28 oktober 2004 opgericht is. Deelnemers aan dit platform zijn de beleidsmedewerkers van Haarlem, Zandvoort, Heemstede, Bennebroek, Haarlemmerliede en Bloemendaal. Voor de ambtelijke ondersteuning van dit Platform en de uitvoering van de vijf functies is door de provincie voor 2004 en voor 2005 een bedrag van € 100.583,- per jaar beschikbaar gesteld. Voor 2006 wordt een zelfde bedrag verwacht. De middelen zijn overgemaakt aan de gemeente Heemstede die ze beheert voor de regio. Na het jaar 2006 is de financiële situatie met betrekking tot de preventieve jeugdzorg onbekend.
In de afgelopen periode is op ambtelijk nivo een globale inventarisatie gemaakt van het aanbod in de regio van de functies die voorafgaan aan de jeugdzorg. De inventarisatie maakt min of meer duidelijk wat de gemeenten al doen, waar overeenkomsten en verschillen zitten en op welke onderdelen er versterking nodig is. De activiteiten, die het Regionale Platform Jeugd de meeste prioriteit wil geven, hebben betrekking op een goed geschakelde invulling van de functies signalering en toegang c. q. toeleiding tot (licht) pedagogische hulp. Daarbij wordt er de voorkeur aan gegeven om vroeg te beginnen, dus versterking van deze functies in de voorschoolse periode en in de basisschoolleeftijd.
Deze versterkte schakeling komt tot uiting in:
a.Uitbreiding van het peuteradviesteam.
Het peuterspeelzaalwerk is een werksoort in ontwikkeling. De leidsters worden niet langer meer aangesproken op de realisatie van een aanbod van spel en opvang maar ook op het gebied van signaleren, verwijzen en ontwikkelingsstimulering. De leidsters geven aan hierin ondersteuning nodig te hebben in gevallen waarbij zij vragen hebben over de ontwikkeling of het gedrag van een peuter. Binnen de opvoedwinkel is een telefonisch spreekuur ingesteld, bemand door een orthopedagoog/psycholoog. Helpt dit niet, dan dient er een beroep op het peuteradviesteam (waarin verschillende disciplines samenwerken, de ZorgBalansgroep met een een consultatieburoarts, het Spalier met een orthopedagoog en de jeugd-Riagg met een psycholoog) gedaan te kunnen worden. In Haarlem zijn hier uitstekende ervaringen mee opgedaan.
Werkzaamheden:
in kaart brengen van de omvang van de vraag binnen het peuterwerk in de regio naar scholing en deskundigheidsbevordering
overleg met deelnemende instellingen aan het peuteradviesteam gericht op een aanbod voor peuters in de hele regio. Deelnemers aan het peuteradviesteam financieren hun deelname in het kader van hun reguliere werkzaamheden.
In overleg met de provincie en buro Jeugdzorg bespreken van de inzet vanuit de Jeugdzorg op deze preventieve taak (“ondersteuning van de voorliggende voorzieningen”)
Uitbreiding van de mobiele teams in verband met de verbetering van de zorgstruktuur in het basisonderwijs.
Op basisscholen blijkt sprake te zijn van een grote behoefte aan ondersteuning op het gebied van signaleren en doorverwijzen, gekoppeld aan een rechtstreeks aanbod van hulp. In Haarlem en Zandvoort wordt al gewerkt met de zgn. mobiele teams. Scholen en ouders zijn zeer tevreden over deze aanpak waarin op de school-een aantal uren per week- een maatschappelijk werker en een sociaal verpleegkundige aanwezig zijn. Het mes van het mobiel team snijdt aan twee kanten. Het team is aanwezig en aanspreekbaar voor de leerkrachten op school. Zij leren in directe samenwerking met het mobiele team te signaleren; de zorg wordt gedeeld c.q. overgenomen. Dit kan een daadwerkelijke lastenverlichting betekenen. Daarnaast is het team zichtbaar aanwezig voor ouders; er wordt praktische hulp geboden. Zowel de GGD als de Stichting Maatschappelijke Dienstverlening (SMD) vormen de teams. Het is de bedoeling de mobiele teams als pilot te verbreden naar de regiogemeenten.
Werkzaamheden:
Maken van samenwerkingsafspraken tussen de GGD, de SMD en de scholen. Onderzoeken of ook de scholen een financiële bijdrage kunnen geven.
Start op enkele scholen in Heemstede, Haarlemmerliede, Bennebroek, Haarlem-Schalkwijk en Bloemendaal.
De Opvoedwinkel
De regiogemeenten vinden elkaar in het belang dat zij aan de Opvoedwinkel hechten. De opvoedwinkel wordt gezien als hét punt voor algemene informatie en advies over opvoeding- dit in samenhang en samenwerking met de systematische, individuele zorg van de jeugdgezondheidszorg.
Het hangt vooral af van de vraag hoe de provincie omgaat met de preventieve taak van buro Jeugdzorg, hoe de regiogemeenten de opvoedwinkel verder kunnen aankleden.
d.Het VIOS-project
De Kennemer Kring van schoolleiders heeft het initiatief genomen tot het project “Veilig in en om de school”. In dit project worden docenten en leerlingen getraind om te bemiddelen bij incidenten en om om te gaan met negatief gedrag zoals pesten. Op deze manier wordt geïnvesteerd in een constructief en veilig schoolklimaat. De proef met het VIOS is op verscheidene middelbare scholen in de regio gestart. In Bloemendaal loopt op het Kennemer Lyceum momenteel een pilot. De wens van de Kennemer Kring en buro Halt is o.a. om de pilot voort te zetten c.q. uit te breiden.
e.Verduidelijking van de vraag
De regio wenst beter zicht te krijgen op de vragen van jongeren. Hiertoe heeft Bloemendaal een jeugdconferentie gehouden. De kosten van deze conferentie worden gedeeltelijk betaald uit de middelen die de provincie beschikbaar heeft gesteld. De bedoeling is de jeugd via panels en projectgroepen betrokken te houden bij het beleid en de uitvoering.
De exacte invulling van de mobiele teams, uitbreiding van de taken van de opvoedwinkel, het VIOS-project, de vraagverduidelijking en het peuteradviesteam zal bewerkstelligd worden via het Regionaal Overleg Jeugd Zuid-Kennemerland.
Artikel 4.2.1.1
Welzijn en de preventieve jeugdzorg.
Onderdeel van Nota Jeugdbeleid Bloemendaal 2005