Informatieplicht
Op grond van artikel 17 lid 1 van de WWB is iedere belanghebbende verplicht, op verzoek van de gemeente of onverwijld uit eigen beweging inlichtingen te verstrekken die invloed kan zijn op het recht op bijstand. Het begrip onverwijld is van belang om vast te kunnen stellen, wanneer iemand niet (meer) aan zijn inlichtingenplicht voldoet.
Uitgangspunt is dat voldaan is aan het onverwijld (dus tijdig) verstrekken van inlichtingen, als de klant de gegevens vermeldt op het eerste RMF nadat de klant zelf bekend was met de gegevens. Is de klant vrijgesteld van het inleveren van het RMF, dan moeten de inlichtingen uiterlijk binnen één maand na de feitelijke wijziging van omstandigheden worden gemeld.
Indien een klant geen, onjuiste of onvolledige informatie verstrekt, moet de uitkering worden verlaagd (art. 181NWB). Het gaat hierbij om alle situaties waarin de klant de informatieplicht niet voldoende nakomt en dat hem of haar kan worden verweten.
De informatieplicht bestaat niet alleen uit het naar waarheid en volledig beantwoorden van mondelinge of schriftelijke vragen en het op verzoek verstrekken van gevraagde gegevens, maar omvat ook het uit eigen beweging verstrekken van juiste informatie.
Indien schending van de inlichtingenplicht niet heeft geleid tot financieel nadeel, kan worden volstaan met het geven van een schriftelijke waarschuwing, tenzij sprake is van recidive.